DIGITALE MISDAAD 6 """""""""""""""""" Justitie heeft zich behoorlijk verkeken op het crimineel gebruik van de computer. Niemand had ook kunnen voorzien dat de computerisering van de samenleving zo'n enorme vlucht zou nemen. Toch is computer criminaliteit zeker geen nieuw gegeven: Het eerste geregistreerde geval dateert uit '66 de klassiek geworden moderne variant op de greep uit de kas. Nog steeds toenemend in populariteit en nog steeds veelvuldig met succes toegepast. En uiterst eenvoudig. Het scenario; Programmeur werkt bij een grote bank en boekt via een simpel programma (de z.g Salami-techniek) alle afrondings verschillen, die normaal anoniem verdwijnen in de grote pot van de bank, over naar zijn eigen rekening. Het gaat met halve centen tegelijk, maar dankzij de onvermoeibare computer wel duizenden keren per dag. Resultaat na een paar maanden; een miljoenenbonus op het normale salaris. "Misdaad per computer loont," kopte het weekblad Nieuwe Revue in '78 met vooruitziende blik, waarna een opsomming volgde van het wapenarsenaal van de data-crimineel, compleet met illusterende voorbeelden. Twee jaar later kostte de computer fraude de Amerikaanse samenleving 300.000.000 dollar, en dat was volgens experts slechts 1% van het werkelijke bedrag dat werd vergaard bij computer related crime. Onder het mom "computermisbruik is kinderspel" verdedigden zij een schadepost van 30 miljard dollar. Voor 1980. De Nederlandse vrouwe Justitia hoorde, zag toe, en deed er het zwijgen toe. In '84 schatte hoogleraar informatica I.S. Herschberg op een symposium over computerfraude dat er in Nederland per dag minstens een poging werd ondernomen tot inbraak in een computerbestand. "De meeste beveiligingen zijn zo lek als een mandje," beweerde de aan de TH Delft ver- bonden professor doctor, waarna hij zijn stelling degelijk onderbouwde. Hij provoceerde met uitspraken als: "Ik weet niet hoe het is gegroied, maar studenten van mij hebben het idee gekregen dat het tentamen computer-veilig- heid bestaat uit het plegen van een leuke kraak in een systeem. Ik krijg met regelmaat goed uitgewerkte verslagen van succesvolle kraken op mijn bureau." Pas toen hij met enkele studenten zelf een kraak zette, reageerde media en justitie geschokt. Een week. Alom gerespecteerd en vermaard beveiligingsdeskundige Ronald Ginn deed een jaar later uitspraken in de pers over de omvang van het probleem. "Slechts 1 op de 25000 computerfraudeurs wordt betrapt," stelde hij. "99% blijft onopgemerkt. Van die ene procent die aan het licht komt, wordt bovendien slechts 12% openbaar gemaakt. en van die kleine groep wordt slechts 3% daadwerkelijk veroordeeld. De bedrijven die het slachtoffer zijn, meestal banken en verzekeringsmaatschappijen, zwijgen erover om niet in opspraak te komen. ze lijden liever schade dan dat ze hun haperende computerbeveiliging aan de publiciteit prijsgeven." Vrouwe Justitia schrok wakker. In November '85 werd door Justitie de adviescommissie Informatietechniek en Strafrecht ingesteld. Deze 'Commissie Franken' bevestigde anderhalf jaar later in haar eindrapport de woorden van Ronald Grinn. Tijdens het onderzoek werd geconstateerd dat bedrijven soms wel heel ver gaan in hun pogingen een zaak stil te houden; frauderende werknemers kregen soms zelfs geld toe, een gouden handdruk en een prima getuigeschrift. De commissie waarschuwde voor evidente gevaren verbonden aan een dergelijke vorm van eigenrichting" Computercriminelen zouden, gezien het succes van hun schadelijke akties weleens van het ene slachtoffer naar het andere gaan lobbyen. De geringe aangifte bereidheid verhindert daarnaast dat er kennis beschikbaar komt bij zowel potentiele slachtoffers als bij de rechtshandhavende instanties over de bestaande bedreigingen. "Wil het strafrecht een zinvolle plaats innemen bij de bestrijding van computer criminaliteit, dan zal er op dit terrein het nodige moeten veranderen," concludeerde voorzitter prof. mr. H. Franken. Hij kwam met 29 nieuwe strafbepalingen voor het wetboek van strafrecht om computermisbruik in te dammen. En omdat hij wist dat wets- voorstellen een lange weg te gaan hebben, smeekte hij de minister, bij overhandiging van het rapport op 8 April 1987, haast te maken met het indienen van de wetswijzigingen. Dat deed de minister niet. Ruim 2 jaar later kwam er pas actie: politie, justitie en het bedrijfsleven richtte het Platform Computercriminaliteit op, met als doel binnen een jaar inzicht te verkrijgen in de verschijningsvormen van computercriminaliteit. De dorst naar kennis was inmiddels zo groot dat justitie breid bleek belangrijke grondslagen van het strafrecht overboord te zetten. Men zag zelfs desge- wenst af van opsporing en vervolging, om zo de zaak uit de rechtzaal en daarmee uit de gevreesde publiciteit te houden. Alleen om maar wat meer openheid te bewerkstelligen aan de zijde van de slachtoffers. Of het hardnekkige aangiftetaboe inderdaad is doorbroken, wilde het Platform niet prijsgeven, vlak voor het verschijnen van haar eindrapport, eind november 1990. Het Platform is sowieso zwijgzaam geweest. In mei '90 vroeg Vrij Nederland de betrokkenen naar de vorderingen. Het kreeg alleen antwoord van de secretaris van het Platform, dr. P.J de Graaf. "Wij dreigen een beetje vast te lopen in het probleem dat we nu juist hadden willen oplossen" analyseerde hij, onder de kop 'Goed nieuws voor criminele employees: bedrijven blijven bang om computerfraude aan te geven.' Dat voorspelt weinig goeds. Ook de 3 experimentele opsporingsteams die zich binnen de politiekorpsen van amsterdam, Den Haag en Nijmegen bezighouden met compu- tercriminaliteit, kampenmet de nodige problemen. de teams, die elk uit 5 speciaal opgeleide rechercheurs bestaan, zijn in Oktober '90 begonnen en kijken inmiddels tegen een berg werk aan waar zelfs het drievoudige aantal politiemensen niet tegen opgewassen is. Daarnaast schiet de huidige wet- geving ernstig tekort om een onderzoek naar computermisdaad goed aan te kun- nen pakken. "Het is ronduit frustrerend om te zien hoe verschrikkelijk moeilijk het is om de bewijslast rond te rkijgen," zegt een betrokken politieambtenaar. "Zeker als je ligt te wroeten in een geautomatiseerde omgeving. De term computer criminaliteit bestaat in het strafrecht nog helemaal niet. Het wetboek loopt ver achter. De regering en het parlement zijn wel bezig met die, reeds in 1987 door de commissie Franken voorgestelde nieuwe bepalingen, maar het duurt allemaal zo lang. Zestien mei vorig jaar is het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend. Het binnendringen in een beveiligd computersysteem (computervrede breuk) wordt in de toekomst strafbaar. Net als het wederrechterlijk wijzigen en toevoegen van gegevens in een computer. Ook als deze niet is beveiligd. Het opzettelijk of door nalatigheid beschadigen van een computersysteem, zal ook in de strafwet worden opgenomen. Wanneer? Als we geluk hebben deze zomer. Maar het kan ook nog wel een jaar gaan duren." De politeman zucht. "Tot die tijd kan computercriminaliteit worden gerekend tot de meest lonende vorm van misdaad. In de constante kennis oorlog staan wij op fiks verlies. We zien bijna machteloos toe hoe computer gekken criminelen worden. Dat neemt epidemische vormen aan die ronduit bedreigend zijn. De electronische superbreinen blijven een onweerstaanbare uitdaging voor de wizzkids, de gelegenheidscriminelen van de toekomst. Er wordt met vereende krachten intensief gezocht naar de bug, de fout in het betalings systeem van bank en giro. Ergens zit volgens de computeraars de neutrale kode. Wie die vindt, kan tot in de eeuwigheid ontraceerbaar geld melken uit de muur. Binnen 3 jaar valt de Jackpot, hoort Penthouse via verschillende kanalen. Straks krijgen we ook de intrede van Teleshopping en Telebanking in Nederland. De computercrimineeltjes kwijlen al bij de gedachte alleen. De dumpadressen liggen te popelen. Smachtend wordt gewacht op de algehele invoering van de glasvezel. De informatie overdracht gaat dan nog sneller, de mogelijkheden voor misbruik zijn dan echt onbeperkt. Arthur de Groot van de sectie computercriminaliteit van de CRI ziet die bui al hangen. Zijn angstvisioenen van legers werkloze schoolverlaters met een dosis informatica kennis en een computer thuis, als maatschappelijke bedreiging, zijn niet geheel onterecht. Dat visioen is stilletjes aan realiteit aan het worden. De toekomst ziet De Groot somber in. De werkdruk zal nog verder toenemen; de verschijningsvormen van digitale misdaad zullen steeds breder worden en het aantal gevallen van computercriminaliteit zal explosief blijven groeien. Net als het aantal aanvragen voor bijstand door de landelijke politie korpsen. "Daarnaast zit de tegenpartij niet stil en heeft kapitaal genoeg om te investeren in dure apparatuur," zucht De Groot."De politie zal, zoals gebruikelijk, altijd achter de feiten aan blijven hobbelen. De misdaad is altijd al intelligenter geweest dan de opsporingsinstanties. Dat steekt. Een fraudeur heeft dag en nacht de tijd om de mogelijkheden van de computer als misdadig instrument te overdenken. Wij moeten ook nog gewoon werken......... Noot van de Saen redaktie: Een aantal namen en feiten in deze artikelen serie werden veranderd om mogelijke herkenning te voorkomen. Niet omdat de schrijvers dat zo graag wilden, maar omdat de geinterviewden dat in ruil voor hun medewerking eisten.