Cli-Deel 1. WERKEN IN DE COMMAND LINE INTERPERTER """"""""""""""""""""""""""""""""""""" Regelmatig krijgen wij vragen over hoe men programma's of teksten van de Saendisk over kan zetten naar een andere diskette. Wanneer we dan het werken van de CLI adviseren blijkt elke weer dat velen van u daar toch fors wat problemen mee hebben en maar liever met icons vanuit de Workbench werken. Probleem voor hen is dan wanneer er geen of nauwelijks icons op een bepaald disk voorkomen. Om nu het een en ander te versimpelen hebben we besloten om alle commando's die in de CLI voorkomen eens (met voorbeelden) te behandelen Het werken vanuit de CLI zal u, wanneer u er eenmaal aan gewend bent een stuk beter bevallen, men kan beter het een en ander manipuleren en de tijdswinst is aanmerkelijk. WERKEN IN DE CLI MET 1 DISKDRIVE """""""""""""""""""""""""""""""" Om goed te kunnen werken in de CLI moet u de beschikking hebben over de C directory die op uw Workbench staat. Als u de WB opstart en vervolgens een andere disk in de drive doet, dan wil de Amiga terstond dat de WB 'in any drive' teruggeplaatst word. Een probleem dus. Hoe dit op te lossen? Uw amiga kent een z.g device met de naam RAM:, een brok geheugen waar u zo lang het een en ander in kunt zetten, en dat maakt het mogelijk om toch met 1 drive te werken. Wat we gaan doen is de benodigde C: programa's kopieeren naar het Ram: geheugen. Dat doet u op de volgende manier: MAKEDIR RAM:C COPY C TO RAM:C ASSIGN C: RAM:C Wat gebeurt er? In de eerste regel geeft u de computer opdracht om in het Ram geheugen een Dir aan te leggen met de naam 'C'. In regel 2 zegt u vervolgens dat alle programma's uit de C dir van de WB diskette naar die nieuwe dir in Ram gekopieerd moeten worden. In de laatste regel zegt u, vrij vertaald, wissel nu de C directory's om en vanaf dit moment moet dus bij de vraag ' Laat de C dir zien', de dir die in het ram geheugen zit op het scherm getoverd worden. Als dit allemaal goed gegaan is kunt de WB disk verwijderen en b.v een Saendisk in de drive doen. Vervolgens tikt u CD DF0: in en daarna hebt u toegang tot de nieuwe diskette. APPARAAT NAMEN OP DE AMIGA """""""""""""""""""""""""" Ik ga er gemakshalve van uit dat de meesten van u voordat ze zichzelf een Amiga aanschaften een 64 hebben gehad. Daarvan wisten we dat alle aangesloten apparatuur een eigen nummer hadden zodat de computer wist waar hij bepaalde gegevens moest gaan zoeken. De cassetterecorder had device 1, de eerste diskdrive aan de 64 had 8 als nummer en een printer was meestal nummer 4. Bij de Amiga (en elke andere computer ) werkt dat eigenlijk precies zo. Daarom hieronder eerst maar eens een lijst van welke 'devices' er op de Amiga aangeroepen kunnen worden: NAAM: OMSCHRIJVING: DF0: De interne Amiga diskdrive DF1: De eerste externe (losse) diskdrive DF2: De tweede externe diskdrive DF3: De derde externe diskdrive DH0: / HD0: / JH0: Alle 3 noteringen voor de eerste Harddisk DH1: enz. Notering van een tweede Harddisk RAM: Nep-diskdrive in het Ram geheugen NIL: Leeg pseudo apparaat SER: De seriele poort PAR: De parallel poort PRT: Printer CON: Console, beeldscherm en toetsenbord RAW: Speciale console DF0: DF1: HD0: enz """""""""""""""""" Zijn namen van apparaten die u wel bekend in de oren moeten klinken, iedere keer dat we een andere directory van een andere disk op willen roepen moeten we ook aangeven waar die disk zich bevindt. Ook als u met 1 drive werkt! U moet elke keer weer vertellen dat de disk waarop u wilt kijken zich in device DF0: bevindt. Op de Amiga kunt u in totaal 2 harddisks en 4 Diskdrives aansluiten. (3 extern, 1 intern) RAM: """"" Is eigenlijk een diskdrive die niet bestaat! U hebt de mogelijkheid om in een stuk Ram: geheugen een disk te emuleren die op de zelfde manier werkt als de 'normale' diskdrive's met dit verschil: als u de computer uitzet zal alle in Ram opgeslagen informatie verdwenen zijn! SER - PAR - PRT """"""""""""""" PAR: de parallel poort, door deze poort kan men data ontvangen en versturen, hetgeen niet alleen voorkomt bij een printer, maar ook bij een modem. De parallel verstuurt 8 bits per keer. SER: de seriele poort, doet eigenlijk het zelfde, met dit verschil dat deze poort elke bit apart verstuurd en dus 8X zo langzaam is als de PAR poort. Even nostalgisch; de 1541 diskdrive van de CBM 64 liep via deze poort, waardoor meteen duidelijk zal zijn waarom die zo langzaam was. Het aanroepen van deze devices zal u op de Amiga weinig doen, daar waar het nodig is doet de software dat meestal automatisch. PRT: het printer device. wanneer u alleen met tekstverwerkers werkt zal u dit weinig gebruiken, dat doet de software wel voor u. Maar als u een tekstfile rechtstreeks vanuit de CLI op de printer wilt zetten dan zult u die wel aan moeten roepen. Voorbeeldje: U wilt de Root (hoofd) directory van de interne drive (DF0:) graag uitprinten, u moet dan intikken: DIR DF0: >PRT: [RETURN] De directory komt nu niet op het scherm maar zal meteen doorgestuurd worden naar de printer. Het maakt niet uit of u een parallele of seriele printer aangesloten hebt, u gebruikt PRT. Op deze manier kunt u ook complete tekstfiles uitprinten, maar die moet u dan wel eerst even nakijken op 'vreemde' ASCII tekens. Wanneer files (teksten) zijn aangemaakt in een tekstverwerker willen er nog wel eens een aantal tekens instaan die het een en ander besturen, maar die met de tekst als dusdanig niets te maken hebben. Om dit te controleren kunt u de file eerst lezen door TYPE NAAM.TXT in te tikken en op return te drukken. Met CTRL-S stopt u de uitdraai tijdelijk, met CTRL-C breekt u hem af en met SPATIE gaat u door na een CTRL-S. Als de tekst 'schoon' is kunt u hem uit laten printen door: COPY NAAM.TXT TO PRT: [RETURN] LOGISCHE APPARATEN """""""""""""""""" Eerst maar even iets over de struktuur van directory's op de Amiga. In tegenstelling tot de 64 werkt de Amiga met een ROOT (stam) dir en Sub dir's. U kan het eigenlijk allemaal met een boom vergelijken, er is een stam, er zijn zijtakken en elke zijtak kent ook weer zijtakken. Zoiets eigenlijk, en dat maakt het zoeken van een speciale file niet altijd makkelijk. ************************************* * HOOFD DIRECTORY * ************************************* * * * * ********************* ***********************************/ * SUB DIR 1 * * SUB DIR 2 ********************* ***********************************/ * * ************************* * SUB DIR 2 A * ************************* * * **************** ******************** * SUB DIR 2AA * * SUB DIR 2 AB * **************** ******************** In het bovenstaande schema kunt u zien hoe de struktuur van een Amiga directory er uit zou kunnen zien. Om dan een file uit SUBDIR 2 AB op het scherm te krijgen moet daar wel naar verwezen worden. In dit geval door het juiste 'path' aan te geven: CD DF0:SUBDIR 2/SUBDIR 2A/SUBDIR 2AA/NAAM.PRG Wanneer u een programma oproept dat zich in subdir 2aa bevindt zonder daar naar toe te verwijzen, dan zal de Amiga eerst kijken of dat programma zich in de ROOT bevind, is dat niet zo dan kijkt hij automatisch in de C: dir. Als het daar ook niet te vinden is dan zal er een foutmelding volgen en lijkt het alsof de file helemaal niet op de disk voorkomt. Daarom wordt er ook wel gewerkt met z.g logische apparaten. Bij een logisch apparaat hoort ook een hoofddirectory, maar deze kan een andere zijn dan de 'echte'. Wanneer we het logisch apparaat SYS:L noemen zal de Amiga er vanuit gaan dat de huidige hoofddirectory de dir L is en een programma dat zich daar bevindt probleemloos inladen. Over het hoe en wat van alles rond de Cli gaan we in een volgende file verder.