GRAFISCH WERKEN OP DE AMIGA DEEL IV """"""""""""""""""""""""""""""""""" Fase 2. """"""" In de tweede fase maak je een scenario. Op dit moment moet je beslissen hoe je je strip gaat presenteren. Je kunt namelijk de plaatjes op de computer gaan vertonen, dan heb je een slide-show-programma nodig dat de verschillende tekeningen c.q. pagina's achter elkaar op het scherm laat zien. In de public-domain zijn er meerdere van dit soort programma's beschikbaar, bijvoorbeeld 'showiz' of 'DP-slide'. Je kunt echter ook besluiten dat de strip geprint moet worden. In dat geval is het heel handig om een desktop-publishing programma te hebben zoals bijvoorbeeld PagesetterII. Met zo'n DTP-programma is het namelijk heel eenvoudig tekst en tekeningen op papier te krijgen. Je kiest een pagina-formaat, meestal A4, en maakt daarop een layout. In het geval van een strip zullen dat meerdere omlijnde hokjes zijn van verschillend formaat. In elk hokje 'giet' je dan een tekening en plaatst daar de tekst bij. Het voordeel van zo'n DTP programma is dat je tekeningen en tekst gemakkelijk kunt verplaatsen, vergroten of verkleinen, net zolang tot het goed is. In principe zou dit ook kunnen met een tekenprogramma als DPaint, maar dat gaat nogal onhandig. Je moet dan eerst je pagina-formaat (zie picture-menu) aanpassen aan de grootte van het papier in je printer. Omdat je tekenvel daardoor groter is dan hetgeen er op het scherm te zien valt, moet je gaan scrollen. Welliswaar kun je in DPaint met shift-s de gehele pagina bekijken, maar op dat moment kun je niets doen. Je kunt dan niet een deel oppakken en ergens anders neerzetten. Juist dit laatste kan in een DTP-programma wel. Bovendien kun je dan werken met centimeters in plaats van met pixels, die resolutie-gebonden zijn. Een DTP-programma zet meestal lores en medres-plaatjes automatisch om naar het hires- pixel formaat. Bij een lores plaatje verandert er niets aan de verhoudingen, het wordt alleen veel kleiner. Let er wel op dat kleine details verloren kunen gaan. Een medres tekening wordt echter tot de halve hoogte samengedrukt. Daarom moet je de tekening vanuit DPaint eerst 'stretchen'. Dit kun je doen door de tekening als brush op te pakken en uit het brush-menu 'double vertical' te kiezen. Je kunt de tekening ook naar hires overzetten, maar dan vermindert het aantal kleuren. Als je een besluit genomen hebt over de presentatie, kun je gaan uitzoeken hoeveel beelden of tekeningen je nodig hebt en wat er ruwweg op elke tekening komt te staan. Met andere woorden, je moet het verhaal opsplitsen in scenes, zodanig dat je verhaal a. begrijpelijk is en b. er een zekere spanning opgebouwd wordt vanaf het begin tot aan het plot. Het beste kun je eerst het hele verhaal gewoon opschrijven. Vervolgens moet je een schatting maken van het aantal plaatjes dat je nodig denkt te hebben. Onderschat het vermogen van de lezer om sprongen te maken niet. Teveel plaatjes maakt een verhaal al gauw slaapverwekkend. Als iemand een spijker in de muur moet slaan, is het niet nodig om eerst te laten zien dat ie naar de schuur loopt om een hamer te halen. Hou het liever te kort dan te lang. Je kunt later nog altijd plaatjes inlassen als een gebeurtenis onbegrijpelijk dreigt te worden. Bij elk plaatje schrijf je op wat er te zien valt: of het figuurtje zit of staat, of ie lacht of huilt, de tekst die gezegd wordt en ook het camera-standpunt, d.w.z. de hoek vanwaar uit de lezer de scene bekijkt. Je kunt bijvoorbeeld beginnen met een overzichts- tekening waarbij de lezer kan zien wat de uitgangssituatie is (een verlaten huis ergens in een donker landschap.....) en vervolgens in de tekening daarna de hoofdfiguur van dichtbij laten zien (close up). In sommige humoristische strips begint de tekenaar juist met een serie close ups van iemand die bijvoorbeeld vertelt over zijn liefdes problemen om dan in de laatste tekening te onthullen dat de hoofdfiguur de hele tijd tegen een lantaarnpaal heeft staan praten. Soms is een closeup van een detail - een rinkelende telefoon of het met bloed besmeurde mes - nodig om extra spanning aan het verhaal te geven. In het scenario geef je ook aan hoe de achtergrond er ongeveer uit gaat zien. Probeer die echter zo eenvoudig mogelijk te houden zodat die niet afleidt van de aktie. De achtergrond is belangrijk voorde sfeer van het verhaal. Laten we als voorbeeld een strip maken van de volgende 'mop' (niet klagen dat ie flauw is, het gaat om het idee): Twee luchtbedden staan langs een rivier te tafeltennissen. Duikt er een paard op uit het water en vraagt:"Kunt u me vertellen hoe ver het nog is naar Amsterdam?". Zegt het ene luchtbed "Ongeveer vijf kilometer". "Ach welnee," zegt het andere luchtbed, "dat is nog minstens twintig kilometer!". Waarop het paard zegt, "Geeft niks, ik ben toch op de brommer". Het scenario zou er als volgt uit kunnen zien: Plaatje1: """"""""" Opname van bovenaf. Een pingpongbal iets boven het midden in beeld (dichtbij, dus vrij groot) en in de diepte een groen veld doorsneden met een blauwe, kronkelige lijn (de rivier) en twee kleine rechthoeken (de luchtbedden). Plaatje 2: """""""""" Kamera daalt met de pingpong bal mee: Pingpongbal onder in beeld. Vrijwel bovenin een stukje van de lucht (horizon), daaronder het rechter luchtbed met een tafeltennisbat. Links is nog een klein stukje van de rivier te zien. Plaatje 3: """""""""" Opname van opzij. Horizon iets boven het midden: in de verte is de andere oever van de rivier te zien. Aan deze kant van het water een paar rietstengels. Een stel eenden vliegt in de lucht. Op de voorgrond twee luchtbedden in aktie, aan weerszijden van een tafel. Bal gaat van rechts naar links. De snelheid van de bal wordt met streepjes zichtbaar gemaakt. Plaatje 4: """""""""" Zelfde standpunt. Bal vliegt de andere kant op. Achter het linker luchtbed borrelt er iets in het water. Tekst: "blub, blub" Plaatje 5: """""""""" Close-up van bruisend water, twee neusgaten en een paardengebit. Tekst (groter): "blub, blub". Plaatje 6: """""""""" Aan de linker en de rechterkant van de tekening zijn delen van de luchtbedden te zien, voorovergebogen naar het midden, waar een paardekop uit het water steekt. Paard kijkt rechter luchtbed aan. Tekst:"Pardon, kunt u mij vertellen hoe ver het nog is naar Amsterdam?" Plaatje 7: """""""""" Close-up van fronsend luchtbed, krabt zich nadenkend met batje ('skrats, skrats'). Tekst:"Nou, dat is nog een kleine vijf kilometer..." Plaatje 8: """""""""" Zelfde als plaatje 6. Paard kijkt naar links. Linker luchtbed 'trilt' van verontwaardiging. Tekst (heftig):"Welnee, het is nog minstens twintig kilometer ver!!". Paard (kalm):"Geeft niks, ik ben toch op de brommer..." Plaatje 9: """""""""" Medium afstand. Twee luchtbedden staan verbaasd aan de oever van de rivier, die links begint en in het midden wegloopt naar de horizon (ondergaande zon). Vanaf het midden tussen de luchtbedden loopt er een borrelend spoor in het water. Tekst: "Broeeeemmmm, broeemm". Uit dit scenario kan men, hoop ik, al afleiden hoe de plaatjes er ongeveer uit gaan zien. Jeroen Jansen Amiga Disk Magazine BBS de SAEN