Fountain """""""" Het Fountain programma bevindt zich in de 'System' directory van de 'Extras2.0' diskette. Dit programma regelt het installeren van "Intellifont" fonts (lettertypes) op de Amiga. Het gaat dan om zogenaamde 'outline' fonts. Een aantal van deze fonts bevinden zich al op de diskette 'AmigaFonts2.0'. Dit zijn: CG Times, LetterGothic en Univers Medium. Verder staan er nog de standaard 'bitmap' fonts van de Amiga op die diskette, zoals Helvetica, Courier en Times. Over het algemeen kun je zeggen dat Fountain het beste werkt als je over een hard-disk beschikt, maar het is ook mogelijk alleen met floppy disk-drives te werken. In het verleden werkte de Amiga altijd met zogenaamde 'bitmap' fonts. Voor iedere font grootte en font stijl was er een apart bestand dat dat font bevatte. De 'Helvetica' directory bijvoorbeeld bevat de bestanden 9, 11, 13, 15, 18 en 24. In deze bestanden staan de gegevens van de 'Helvetica' fonts voor die groottes. Sommige toepassingsprogramma's bevatten omzetfunkties waardoor het mogelijk is om ook andere groottes van fonts te gebruiken. Dit doen zijn door een font grootte te nemen die er het dichtst bij in de buurt komt, en deze naar de gevraagde grootte te schalen. 'Outline' fonts werken volgens een heel ander principe. 'Outline' fonts hebben geen aparte bestanden voor elke grootte. In plaats daarvan hebben zij een wiskundige formule die de basisfont omzet in een willekeurige grootte. Dit omzetten duurt dan wel iets langer dan het gebruik van een kant en klare font, het scheelt wel diskruimte omdat niet iedere denkbare grootte opgeslagen hoeft te worden. Een ander voordeel van 'outline' fonts is dat zij precies zo op de printer afgedrukt worden zoals zij op het scherm afgebeeld worden. Natuurlijk zie je de fonts op het scherm meestal wel groter dan op papier. Installeren van Fountain """""""""""""""""""""""" Als je je Amiga gekocht hebt met een (Commodore) hard-disk, dan staat als het goed is Fountain al geinstalleerd op de 'System2.0' partitie. Als je toch Fountain wilt installeren, lees dan verder. Installeren op een hard-disk ---------------------------- Je moet de inhoud van de AmigaFonts2.0 diskette kopieren naar de System2.0 partitie (SYS:) van de hard-disk. Dat gaat zo: 1. Stop de AmigaFonts2.0 diskette in een disk-drive. 2. Dubbelklik op het icoon van de System2.0 diskette. Een window verschijnt. 3. Dubbelklik op het icoon van de 'Shell' dat zich op het window bevindt. Het Shell window verschijnt. 4. Tik het volgende COPY commando in om alle bestanden van de diskette naar de hard-disk te kopieren. COPY AmigaFonts2.0: SYS: ALL Installeren als je alleen disk-drives hebt ------------------------------------------ Hiervoor moet je minstens twee disk-drives hebben. Start de Amiga op met de Workbench2.0 diskette (of een andere opstartbare diskette met bijvoorbeeld een gebruikersprogramma) en stop de AmigaFonts2.0 diskette in een andere disk-drive. Nu moet je een ASSIGN commando toevoegen aan het 'User-startup' bestand op jouw opstartdiskette. Gebruik daarvoor je favoriete 'editor' en volg de volgende regel toe aan 'User-startup' in de S: directory ASSIGN FONTS: AmigaFonts2.0: DEFER Met de DEFER optie zorg je ervoor dat de Amiga bij het draaien van dit ASSIGN commando niet om de AmigaFonts2.0: diskette gaat vragen, maar pas wanneer deze diskette nodig is (bij het opladen van een font bijvoorbeeld). Gebruik van het Fountain programma """""""""""""""""""""""""""""""""" (Opmerking: binnen het Fountain programma is het mogelijk om op de 'Help' toets te drukken. Er verschijnt dan een window waarin alle mogelijkheden worden uitgelegd.) Dubbelklik op het icoon van Fountain en het window van Fountain verschijnt. Met dit window kun je extra fonts (naast de standaard fonts) overkopieren naar een font directory. Fountain kan met twee type fontdiskettes overweg: - Amiga CompuGraphic fonts disks - Standaard CompuGraphic disks met FAIS bestanden Om de standaard CompuGraphic disks in te lezen moet je een 'utility' zoals CrossDos, Dos2Dos of het Amiga BridgeBoard gebruiken, aangezien deze disks geformatteerd zijn volgens MS-DOS. Als de fonts eenmaal geinstalleerd zijn, dan zijn ze meteen beschikbaar voor ieder toepassingsprogramma er gebruik van maken. We gaan dus fonts overkopieren. Eerst moet je het volledige pad naar de diskette met de fonts aangeven. Dit gat met de tekstregel onder 'Outline Font Source'. Je kunt in die tekstregel het pad meteen intikken, je kunt ook op de knop naast de tekstregel drukken waardoor dan een file-requester verschijnt. Aangezien het alleen om het pad gaat, hoef je in die file-requester geen naam van een bestand in hoeven te voeren. Als je op een van de twee bovenstaande manier een pad hebt ingevoerd, verschijnt er een lijst met beschikbare 'outline' fonts bij de aanduiding 'Source Typefaces'. Eventueel kun je de schuifregelaar rechts van de lijst gebruiken om de hele lijst te bekijken. Na gaan we aangeven waarnaartoe de fonts gekopieerd moeten worden. Dit zie je staan in de tekstregel onder 'Destination Font Drawer'. Met behulp van de omklapknop onder de tekstregel kun je uitkiezen - als je meerdere directories in je FONTS: pad hebt opgenomen - in welke directory je de fonts wilt plaatsen. Het is ook mogelijk een directory te specificeren die niet in het FONTS: pad voorkomt. Wat er al in de 'Destination Font Drawer' staat wordt aangegeven in de lijst onder 'Existing Fonts & Typefaces'. 'Outline' fonts worden aangegeven door een stip voor hun naam. Kies nu in de lijst met 'Source Typefaces' de fonts die wilt installeren. Je kunt dit doen door op hun namen te klikken. Een plusje (+) verschijnt dan achter de naam. Als je klaar bent met selecteren, moet je op de 'Install Marked Typefaces' knop klikken. Nu worden de fonts overgekopieerd naar de 'Destination Font Drawer'. Terwijl dit gebeurt kun je aan de hand van het wijzertje van het klokje waarin de muispointer is veranderd zien, hoelang het nog ongeveer gaat duren. Wanneer je een font installeerd zie je in de 'environment variabele' ENV:Sys/Fountain de lijst van groottes die aan de gebruikersprogramma's geboden zullen worden. Je kunt deze waarden veranderen door op de 'Modify Existing Typefaces' knop te klikken. Er verschijnt dan een nieuw window. De 'outline' fonts zie je staan in de lijst onder 'Existing Outline Typefaces'. Het pad naar de directory met deze fonts bevindt zich boven deze lijst. Het pad kan in dit window niet veranderd worden (als je het toch wilt doen moet je op de 'Cancel' knop drukken om naar het eerste Fountain window terug te keren). Nu kun je een 'outline' font uitkiezen om te veranderen. Dit kun je doen door op de naam van de betreffende font te klikken. De naam van deze font verschijnt in een tekstregel onder de lijst. De beschikbare font groottes voor dit font (zoals bepaald in de Fountain 'environment variabele') kun je zien in de lijst onder 'Size & Bitmap'. Kleinere groottes zijn goed voor teksten, en grotere fonts worden het meeste gebruikt voor presentatiepakketten zoals Scala. Je kunt nu nieuwe groottes maken voor fonts, of een 'bitmap' bestand maken voor een bepaalde grootte, door gebruik te maken van de knoppen in de hoek rechtsonderin het window. Dit zijn de volgende knoppen: Add Size: Vul de gewenste grootte in in het tekstregel naast 'Size', en druk vervolgens op de 'Add Size' knop. Deze font grootte wordt nu toegevoegd. Delete Size: Vul de gewenste grootte in in het tekstregel naast 'Size', en druk vervolgens op de 'Delete Size' knop. Deze font grootte wordt nu verwijderd. Create Bitmap: Hiermee wordt een 'bitmap' aangemaakt van de grootte zoals ingevuld in de tekstregel naast 'Size'. Een 'bitmap' neemt meer diskruimte in maar wordt sneller opgeladen. Als je vaak een bepaalde font grootte gebruikt kan het voordelig zijn om er een 'bitmap' voor te maken. Delete Bitmap: Hiermee wordt de 'bitmap' van de grootte zoals ingevuld in de tekstregel naast 'Size' verwijderd. De font zal nog wel beschikbaar zijn in deze grootte, maar dan als 'outline' font. Sneltoetsen ----------- Door middel van het aanslaan van de toets waar een streepje onder staat kun je snel op een knop klikken zonder gebruik te maken van de muis. Een druk op de A toets komt bijvoorbeeld overeen met het klikken op de knop 'Add Size'. Om je instellingen te bewaren moet je op de 'Perform Changes' knop drukken. Met een druk op de 'Cancel' knop ga je weer naar het eerste window van Fountain. Als je op de sluitknop linksbovenin het window klikt, worden beide windows gesloten en verlaat je het programma Fountain. Veranderen van 'environment variabelen' van Fountain """"""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""" Fountain gebruikt twee 'environment variabelen' om de specificaties van jouw 'outline' fonts te bewaren: dit zijn 'Fountain' en 'Diskfont'. De Fountain 'environment variabele', die zich in ENV:Sys/Fountain bevindt, wordt gebruikt om een lijst van groottes te maken die aan toepassingsprogramma's zullen worden aangeboden om gebruikt te worden. Standaard zijn dit de groottes 15, 30, 45, 60 en 75. Als je merkt dat je vaak andere groottes gebruikt is het handig om deze waarden aan te gaan passen. Je moet dit dan doen met behulp van je favoriete 'editor'. Het bestand moet je dan wegschrijven als: SYS:Prefs/Env-Archive/Sys/Fountain Het maximum aantal groottes in deze lijst is 20. De 'Diskfont environment variabele', bewaard in ENV:Sys/Diskfont, bepaalt de instellingen die de diskfont.library in LIBS: gebruikt wanneer het een 'outline' font omzet naar een Amiga grafische font ('bitmap'). Zo'n variabele kan een aantal instellingen bevatten. Dit zijn: XPDI, YDPI, XDOTP en YDOTP. Met XDPI en YDPI bepaal je de verhoudingen van het font. Als je bijvoorbeeld weet dat de fonts op een Hires scherm gebruikt gaan worden, kun je de verhoudingen anapassen door XDPI op 100 en YDPI op 50 te zetten. Dit gaat weer met een 'editor' en de instellingen moet dan naar het bestand SYS:Prefs/Env-Archive/Sys/Diskfont weggeschreven worden. Zo'n bestand kan er dan dus zo uitzien: XDPI 100 YDPI 50 Als je XPDI instelt, moet je dat ook doen voor YDPI. Met XDOTP en YDOTP stel je de grootte in van de puntjes die een font op het scherm in beslag neemt. Standaard staan beide op 100. Meestal hoef je dit nooit te veranderen. Als je XDOTP instelt, moet je dat ook doen voor YDOTP. Je ziet overigens pas een verandering als je hele grote of hele kleine waarden gebruikt voor XDOTP en YDOTP.