Preferences deel 7 """""""""""""""""" De printer editor """"""""""""""""" Printer """"""" Als je dubbelklikt op het 'Printer' icoon krijg je het 'Printer' window. Hiermee kun je instellen wat voor printer je gebruikt en wat voor soort uitdraaien je wilt van die printer. Het eerste wat je moet doen is een goeie 'printer-driver' uitzoeken. Een printer-driver is een stukje software (programma) dat de Amiga gebruikt om een printer aan te sturen. Niet iedere printer is namelijk hetzelfde. En gebruiksprogramma's zouden heel erg ingewikkeld worden als ze allemaal rekening moeten houden met al die verschillende printers. Daarom heeft Commodore dit al voor ze gedaan. Dit heeft als gevolgd dat de gebruiksprogramma's gewoon 'een' printer aansturen, heel makkelijker dus. Maar eerst moet de printer-driver geinstalleerd worden voordat het zover is. Een printer-driver kun je kiezen aan de hand van zijn naam, die (hopelijk) overeenkomt met de naam van jouw printer. Belangrijk: printer-drivers staan op de Extras2.0 diskette. Het 'Printer' instelprogramma zoekt echter voor printer-drivers op de Workbench diskette. Dit betekent dat je jouw printer-driver over moet kopieren. Als het goed is verschijnt de naam van die printer-driver dan in de lijst met beschikbare printer-drivers. Als je niet zeker weet welke printer-driver je moet nemen om over te kopieren, kijk dan in Aanhangsel B. Kijk ook of je bij je printer geen diskette hebt gekregen met een speciale printer-driver voor die printer. Misschien staat er anders wel in de handleiding van je printer of die printer vergelijkbaar is met een andere printer. Als je er echt niet uitkomt, dan is er altijd nog de mogelijkheid om de 'generic' printer-driver te nemen. Dit is een vrij beperkte printer-driver die vrijwel altijd werkt, maar je kunt er geen grafische uitdraaien mee maken en ook speciale letterstijlen zoals dikgedrukt en cursief zijn dan niet mogelijk. Hoe een printer-driver over te kopieren? ---------------------------------------- 1. Open het window van de Workbench diskette en kies dan 'Show All Files' uit de menubalk van de Workbench. 2. Dubbel-klik op de 'Devs' directory. 3. Kijk of je de 'Printers' directory ziet staan. Je hoeft hem niet te openen. 4. Stop de Extras2.0 diskette in een disk-drive (als je er maar een hebt kun je de Workbench diskette eruit halen). Open het window van de Extras2.0 diskette. 5. Kies dan weer 'Show All Files' uit de menubalk van de Workbench. 6. Dubbel-klik op de 'Devs' directory in het window van de Extras2.0 diskette (dus niet die van de Workbench!). 7. Dubbel-klik vervolgens in het 'Devs'-window dat je bij 6. krijgt op de 'Printers' directory. Het 'Printers' window dat je dan krijgt bevat de iconen voor de verschillende printer-drivers. Gebruik eventueel de twee schuifregelaars van dat window om jouw printer-driver op te zoeken (als je niet weet welke je moet hebben, kijk dan in Aanhangsel B.) 8. Sleep het icoon van de gekozen printer-driver naar het window van de Workbench diskette en laat het vallen op het icoon van de 'Printers' directory. Nu wordt deze printer-driver overgekopieerd. Als je een disk-drive hebt moet je een aantal keer de diskettes omwisselen. Dit wordt door middel van requesters aangegeven. Als je meer dan e'e'n disk-drives hebt gaat het overkopieren automatisch. Als je de volgende keer het window van het 'Printer' instelprogramma opent, verschijnt in de lijst met printer-drivers nu ook de printer-driver die je overgekopieerd hebt. Het afregelen van de printer-driver ----------------------------------- Een printer-driver kun je nog op een aantal punten verder instellen. Het gaat dan om zaken als de kwaliteit (en dus afdruksnelheid) van de printeruitdraaien, instellen van kantlijnen, enz. Kies eerst een printer-driver uit de lijst met printer-drivers door op de naam te klikken. De naam verschijnt dan in de tekstregel onder de lijst met printer-drivers. Als je eenmaal een printer-driver hebt uitgekozen, verschijnen er een aantal getallen in het window die je eventueel kunt aanpassen. Soms worden die getallen automatisch veranderd door gebruiksprogramma's, zoals tekstverwerkers. De printer-instellingen kun je dan meestal in die programma's zelf aanpassen. De getallen kun je veranderen door op de tekstregel te klikken waar ze in staan, de getallen met de delete-toetsen weg te halen en vervolgens een nieuw getal in te vullen, gevold door een druk op de 'Return'-toets. Het gaat om de volgende getallen: Paper Length: dit getal bepaalt het totaal aantal regels op de pagina, inclusief onder- en bovenkantlijn. Left Margin: dit getal bepaalt de breedte van de linker kantlijn. Dat is dus het aantal lettertekens vanaf de linkerkant van het papier, vanaf waar je wilt dat er begonnen wordt met printen. Right Margin: dit getal bepaalt de breedte van de rechter kantlijn. Dat is het aantal lettertekens vanaf de linkerkant (!) van het papier, vanaf waar je wilt dat de rechter kantlijn begint. Verder zijn er nog een zestal omschakelknoppen die je naar keuze kunt instellen. De 6 opties die weergegeven worden zijn de opties die op dat moment ingesteld zijn. Als je een andere instelling wilt, moet je op de omschakelknop klikken. Het gaat om de volgende omschakelknoppen: Printer Port: hiermee geef je aan op welke uitgang (parallell of serieel) je printer is aangesloten. Meestal is dat de parallelle uitgang. Paper Type: hiermee geef je aan wat voor soort papier je gebruikt. Er zijn twee mogelijkheden: losse velletjes ('Single'), of ketting papier ('Fanfold'). Overigens, afhankelijk van dat papier moet je meestal ook nog je printer zelf instellen, op respectievelijk 'Friction Feed' of 'Tractor Feed'. Paper Size: Hiermee geef je aan wat de grootte van het papier is. De volgende keuzes zijn mogelijk: Custom: zelf de grootte instellen. Narrow Tractor (1): 241 bij 279 mm. Wide Tractor (1): 454 bij 279 mm. DIN A4: 210 bij 297 mm. DIN A5: 148 bij 210 mm. U.S. Letter: 216 bij 279 mm. U.S. Legal: 216 bij 356 mm. (1): Tractor Feed papier (kettingpapier) heeft gaatjes aan de zijkant, die je gebruikt om het papier op de printer te bevestigen. !!! ----> Belangrijk: soms komt het voor dat er bij het printen kleine witte streepjes horizontaal ontstaan. Die zijn zeer storend. Dit kun je oplossen door 'Custom' bij 'Paper Size:' in te stellen. Je moet er dan wel voor zorgen dat bij 'Paper Length:' het juiste aantal regels ingevuld wordt. Print Pitch: Met 'pitch' wordt het aantal lettertekens dat horizontaal per inch (2.54 cm) verschijnt. Dus, des te hoger het nummer dat hier ingevuld wordt, des te kleiner de ruimte tussen de lettertekens wordt. Je kunt kiezen uit 10, 12 of 15 lettertekens per inch. Print Spacing: Met 'spacing' wordt het aantal regels dat verticaal geprint wordt in 1 inch ruimte. Je kunt 6 regels per inch kiezen, of 8 regels per inch. Des te hoger het nummer dat hier ingevuld wordt, des te minder ruimte er tussen de regels over is. Print Quality: Hiermee stel je de kwaliteit van de uitdraai in. Met 'Draft' krijg je een lagere kwaliteit maar het printen gaat sneller. Met 'Letter' (op de printer: NLQ of LQ) krijg je een hogere kwaliteit maar gaat het printen langzamer.