Workbench deel 6 """""""""""""""" Exchange """""""" Met het 'Exchange' programma regel, bestuur en hou je overzicht op een aantal programma's die zich in de Tools/Commodities directory op de Extras2.0 diskette bevinden. Zie voor meer informatie over deze programma's de uitleg daarvoor. Een Commodity is een programmaatje dat op de achtergrond draait en meestal de invoer van toetsenbord, muis, etc. in goede dan wel andere banen leidt. Meestal kun je het window van zo'n Commodity 'onzichtbaar' klein maken, zodat je er geen last van hebt op het Workbench scherm. Je kunt 'Exchange' opstarten door op zijn icoon te klikken. Ieder Commodity dat je al eerder had opgestart is terug te vinden in het window dat dan verschijnt (onder 'Available Commodities'). Wanneer je vervolgens een bepaald Commodity uit deze lijst selekteert krijg in hetzelfde window wat informatie over dit Commodity te zien. Zoals: Title : De naam van dit Commodity. Description: Een korte omschrijving van de werking van dit Commodity. Status : Geeft aan of dit Commodity aan of uit staat (ENABLED dan wel DISABLED). De knoppen aan de rechterkant van het window (Show, Hide, etc.) besturen het geselekteerde Commodity. 'Exchange' heeft in zijn menubalk ook menupunten zitten die overeenkomen met deze akties dus je hebt nog een andere mogelijkheid om zo'n aktie als Show, Hide te doen. Bovendien het je dan nog een 'shortcut', een mogelijkheid om via het toetsenbord dezelfde aktie te doen (sneltoets). De volgende akties kun je doen: Show : Brengt het window van dit Commodity naar voren. Als je het window gesloten had, wordt het weer geopend. Hide : Sluit het window van dit Commodity. Het Commodity blijft nog wel draaien, maar dan op de achtergrond! Dit is niet hetzelfde als het drukken op het sluit gadget van het window of het kiezen van 'Hide' uit de menubalk van het Commodity. Als het Commodity geen window gebruikt dan kun je 'Hide' natuurlijk niet kiezen. Het is dan 'ghosted'. Disable : Zet een Commodity tijdelijk af. Enable : Zet een Commodity waar aan als je hem uit had gezet. Kill : Hiermee stop je dit Commodity. Als het Commodity een window gebruikt dan komt dit op hetzelfde neer als het drukken op het sluit gadget van dat window. De knoppen aan de linkerkant van het 'Exchange' window besturen dat window. Zij corresponderen met menupunten uit de menubalk van 'Exchange'. Het zijn: Hide : Sluit het window van 'Exchange' maar stop 'Exchange' niet. Quit : Stop 'Exchange', zodat je niet de Commodities ermee kun regelen. More """" Met 'More' kun je ASCII tekstbestanden op het scherm bekijken. Je kunt dan pagina voor pagina de tekst in het window dat 'More' opent bekijken. Om 'More' op te gebruiken moet je het icoon van 'More' selekteren en vervolgens, terwijl je een Shift-toets ingedrukt houdt, dubbel-klikken op het icoon van het tekstbestand dat je wilt bekijken. Als het tekstbestand geen icoon heeft, moet je 'Show All Files' uit het Workbench-menu kiezen zodat er voor dat tekstbestand een icoon verzonnen wordt. Maar je kunt 'More' ook gebruiken zonder meteen een tekstbestand aan te duiden. Als je alleen dubbel-klikt op het icoon van 'More', verschijnt er een 'file-requester'. Hiermee kun je het pad naar een bestand invoeren via het toetsenbord, maar je kunt ook met behulp van de muis een bestand aanwijzen. Ook verschijnt er in het window van de file-requester een gadget waarmee je meerdere bestanden kunt aangeven, in een keer: pattern-matching heet dit. Alle bestandsnamen die op dit pattern lijken worden dan gebruikt om een voor een door 'More' te worden bekeken. Onderaan het window van 'More' wordt aangegeven hoeveel procent van het tekstbestand je tot zover hebt gezien. Er zijn een aantal toetsen die je kunt gebruiken bij het doorlezen van een tekstbestand met behulp van 'More'. Dat zijn: De spatiebalk : laat de volgende pagina zien. Backspace ('delete') : laat de vorige pagina zien. Return : schuif 1 regel op. < : laat de eerste pagina zien. > : laat de laatste pagina zien. %76 : laat ongeveer de tekst zien op 76% van het bestand. Je kunt natuurlijk ook een ander getal tussen 0 en 100 nemen. Ctrl-l : Even het window verversen, mocht het door de war zijn geraakt. /vinddezetekst : zoekt in de tekst naar 'vinddezetekst'. .ViNdDezETeKsT : hetzelfde, maar nu wordt er niet gelet op het onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters. N : zoek naar het volgende voorkomen van de zoektekst. H : laat alle toetsen zien die je kunt gebruiken, zoals deze uitleg. Q : stop 'More'. Ctrl-c : ook stoppen. Shift-e : ga deze file editten (bewerken, aanpassen), met behulp van de editor zoals aangegeven in ENV:EDITOR (zie hoofdstuk 7???). Als je de laatste pagina van de tekst hebt bereikt zie je: Say """ 'Say' is het praatprogramma van de Amiga. Met 'Say' kun je woorden en zinnen laten uitspreken (je moet dan wel het geluid aan hebben staan). Helaas is het Nederlands van 'Say' niet zo best. Dat is geen wonder, want 'Say' is bedoeld om Engelse zinnen uit te spreken. Er valt wel wat aan te doen, met name proberen om zoveel mogelijk de Nederlandse woorden 'op zijn Engels' proberen op te schrijven ("Jacco de Leeuw" wordt dan "Yakkoh deh Lehw"), maar het blijft behelpen. Diegenen die uit de voeten kunnen met phonetisch schrift hebben het misschien iets makkelijker. 'Say' opent namelijk bij het opstarten twee windows. In het onderste (het 'Input Window') kun je gewone zinnen invoeren, in het bovenste (het 'Phoneme Window') kun je phonetische zinnen invoeren en ook een aantal instellingen veranderen. Door zinnen phonetisch in te voeren kun je misschien iets eruit krijgen wat meer op het Nederlands lijkt. Als je een woord of een zin in het 'Input Window' invoert en vervolgens op de Return toets drukt wordt dat woord of die zin uitgesproken. In het 'Phoneme Window' verschijnt dat de phonetische interpretatie. Je kunt de stem van 'Say' iets aanpassen door een van de volgende mogelijkheden in het 'Phoneme Window' in te voeren: -m : voor een mannelijke stem. -f : voor een vrouwelijke stem. -r : om de stem robot-achtig te laten klinken. -n : om de stem natuurlijk(er) te laten klinken. -p200 : om de hoogte van de stem op 200 te zetten. Je kunt een getal gebruiken tussen 65 en 320. Zet geen spatie tussen de p en het getal. -s300 : de snelheid waarmee gesproken wordt, een getal tussen 40 en 400. Je kunt ze ook achter elkaar zetten. Een voorbeeld: -m -n -s125 -p65 Vergeet niet om op Return te drukken. Als je daarna wat tekst in een van beide windows invoert hoor je de bijbehorende stem. Om het 'Say' programma te verlaten kun je op het sluit gadget van het 'Input Window' drukken, maar je kunt ook een lege regel in dat window invoeren (alleen op Return drukken dus). Tool Types """""""""" Je kunt ook Tool Types instellen voor 'Say'. Je kunt dan de instellingen zoals hierboven beschreven bewaren zodat je automatisch een bepaalde stem krijgt als je 'Say' opstart. Om Tool Types in te stellen moet je het icoon van 'Say' selekteren en vervolgens 'Information...' uit het menu van de Workbench kiezen. Bij 'Tool Types' in het window dat dan verschijnt kun je dan exact dezelfde mogelijkheden invoeren zoals hierboven beschreven. De WBStartup directory """""""""""""""""""""" De WBStartup directory is een belangrijke plaats. Als je in deze directory een icoon plaatst, dan wordt automatisch het programma dat bij dit icoon hoort opgestart wanneer je vanaf die diskette opstart. Om een voorbeeld te geven: als je het 'Clock' icoon naar deze directory versleept dan wordt iedere keer dat je van deze diskette opstart ook de klok met zijn bijbehorende window opgestart. Nog een voorbeeld: als je een andere toetsenborddefinitie ('keymap') wilt gebruiken dan de standaard (de Amerikaanse), dan moet je de desbetreffende 'keymap' in de WBStartup directory plaatsen. Dan kan handig zijn, bijvoorbeeld wanneer je een Duits toetsenbord hebt. Als het goed is bevat de WBStartup directory al het icoon van 'Mode_Names'. Hierin staan een aantal definities voor grafische doeleinden. Tool Types """""""""" Voor de iconen in de WBStartup directory kun je een aantal speciale Tool Types gebruiken. Dat zijn: DONOTWAIT : Normaliter wacht de Workbench een tijdje tot een programma klaar is voordat het een volgend programma gaat laden. Als je het DONOTWAIT Tool Type kiest, zal de Workbench alle programma's tegelijk openen. Als je geen DONOTWAIT Tool Type kiest, kan er soms een requester verschijnen waarmee aangegeven wordt dat een programma nog niet klaar is. De Amiga zal dan vragen of je dan nog even wilt wachten of niet. Als je op 'No' klikt dan gaat de Workbench verder. WAIT=5 : Met dit Tool Type kun je aangeven hoeveel seconden er gewacht moet worden voordat de Workbench doorgaat met het openen van het volgende icoon uit het WBStartup window. STARTPRI=-2 : Hiermee kun je de prioriteit (de volgorde waarin de iconen opgestart moeten worden) aangeven. Als je dit Tool Type niet gebruikt wordt standaard prioriteit 0 genomen voor ieder icoon. In dit voorbeeld wordt er een prioriteit van -2 toegekend, maar je kunt ook een ander getal invullen tussen -128 en +127. Des te hoger het getal, des te hoger de prioriteit.