AmigaDos deel 11 """""""""""""""" Scripts """"""" 'Scripts' zijn doodgewone tekstbestanden, met dien verstande dat zijn regels van AmigaDOS commando's bevatten. Als je dus een 'script' opstart, is het net alsof je al die commando's in het 'script'-bestand achter elkaar hebt ingetikt. Het is wel duidelijk dat 'scripts' je een heleboel tikwerk uit handen kunnen nemen. 'Scripts' kunnen aangemaakt worden met iedere willekeurige 'editor' (zoals ED, MEMACS, TXED, CED, enz.). Stel, je hebt een 'script' met de volgende tekst als inhoud: (Dit 'script' noemen we dan: Boek) RENAME bestand1 Hoofdstuk1 RENAME bestand2 Hoofdstuk2 RENAME bestand3 Hoofdstuk3 RENAME bestand4 Hoofdstuk4 RENAME bestand5 Hoofdstuk5 Uitvoeren van "Boek" gaat met het EXECUTE commando, dat gevolgd moet worden door de naam van het 'script'. Met het commando PROTECT Boek s ADD wordt het 'protectie-bit' s van het bestand "Boek" wordt dan aangezet, zodat de Shell weet dat hij het met een 'script' heeft te doen. Dit PROTECT commando hoef je slechts eenmaal te doen. Het voordeel hiervan is dat je nu geen EXECUTE Boek hoeft te doen, maar doordat het 'protectie-bit' s aanstaat is alleen Boek al voldoende. De Startup-sequence """"""""""""""""""" Iedere keer dat je van een diskette (of hard-disk) opstart, wordt het 'script' met de naam "startup-sequence" (spreek uit: start-up sie-kwens) van die disk opgestart. Dit 'script'-bestand staat in de S: directory. Dingen die vaak in zo'n 'startup-sequence' worden gezet zijn: het uitprinten van een welkomstboodschap, het uitvoeren van ASSIGN commando's, het uitvoeren van ALIAS commando's, het opstarten van handige gebruiksprogramma's ("utilities") zoals virus-killers, enz. De 'startup-sequence' is te vergelijken met 'WBStartup' van de Workbench. De 'startup-sequence' kijkt ook of het bestand 'User-startup' zich bevindt in de S: directory, en start dat dan op. De 'startup-sequence' kan, net als al de andere 'script'-bestanden in de S: directory naar eigen smaak aangepast worden. Over het algemeen is het wel raadzaam de originele 'startup-sequence' te bewaren, door hem naar een reserve-bestand over te kopieren. Als er dan wat fout gaat kun je hem altijd nog terugkopieren. En nogmaals, werk niet op je originele Workbench diskette, maar kopieer hem eerst naar een lege disk. Een paar tips hebben we nog wel: - Probeer vooraf in een Shell window of het commando dat je in de 'startup-sequence' wilt plaatsen, wel goed werkt. Als het namelijk niet goed werkt, wordt het uitvoeren van de 'startup-sequence' onderbroken, en zit je met een diskette maar half opstart. - Let op de volgorde van de commando's in de 'startup-sequence'. Sommige commando's kun je overal plaatsen, maar anderen zijn afhankelijk van wat vorige commando's hebben aangemaakt, ingesteld, enz. - Voeg rustig commentaar (uitleg) aan je 'startup-sequence' toe. Dit kan door aan het einde van een commando-regel een puntkomma te plaatsen. Alles wat er op de regel staat achter die puntkomma wordt als commentaar beschouwd. Zodoende kun je er achteraf makkelijker achter komen wat je precies met een bepaald commando van plan was. Speciaal voor diegenen met 1 disk-drive """"""""""""""""""""""""""""""""""""""" Als je een Amiga gebruikt met maar 1 disk-drive, zit er vaak niks anders op dan regelmatig diskettes om te wisselen. AmigaDOS is een systeem dat gebaseerd op diskettes en laadt veel programma's op van de Workbench diskette voordat commando's uitgevoerd kunnen worden. Vaak bevinden zich gebruikersprogramma's (zoals een tekstverwerker, of de programma's op de Workbench) op 1 diskette en heb je nog een andere diskette nodig om je eigen werkbestanden op te slaan (de 'data-diskette'). Als je geen externe disk-drives hebt, dan betekent dat dus: diskjes erin en eruit. Om een voorbeeld te geven: als je een bestand op een data-disk een andere naam wilt geven, dan moet je eerst de Workbench diskette gebruiken om het RENAME commando op te laden, en vervolgens de diskettes wisselen om uiteindelijk het bestand een andere naam te geven. Met twee AmigaDOS commando's, ASSIGN en RESIDENT, is het mogelijk om het wisselen van diskettes iets te beperken. Verder is ook het gebruik van de 'RAM-disk' handig. Deze mogelijkheden worden hieronder besproken. Commando's resident maken """"""""""""""""""""""""" Een aantal belangrijke AmigaDOS commando's zijn 'intern', dat wil zeggen 'ingebakken'. Zij hoeven niet opgeladen te worden. Alhoewel je de rest van de commando's niet 'intern' kunt maken, kun je ze wel 'resident' maken. Met 'resident' wordt bedoeld dat je niet de Workbench diskette in een disk-drive hoeft te hebben om deze commando's te gebruiken. Wat er in feite bij het 'resident' maken van een commando gebeurt is het volgende. Het commando wordt naar het RAM geheugen van de Amiga gekopieerd. Als het commando vervolgens door jou gebruikt wordt, wordt het opgestart vanuit het geheugen. Het hoeft dus niet vanaf disk te worden opgeladen, waardoor het bovendien nog sneller is ook. De keerzijde van de medaille is natuurlijk dat er kostbaar geheugen verbruikt wordt. Het is dus raadzaam alleen die commando's resident te maken die je het vaakst gebruikt. Met behulp van het LIST commando kun je er achter komen hoeveel geheugen een bepaald commando in beslag zal nemen als je het resident maakt. Bijvoorbeeld: LIST C:COPY geeft: c:copy 9848 --p-rwed 30-Dec-91 13:23:16 ^ Het 'protectie-bit' p Het COPY commando zal dus rond de 9848 bytes in beslag nemen als je het resident maakt. Om een commando resident te maken is het wel noodzakelijk dat het 'protectie-bit' p aangezet is. Dit is in het voorbeeld het geval. (Overigens kan dit niet met elk commando of programma...) Als je een Amiga hebt met een halve Megabyte aan geheugen (512 Kilobyte) dan is het bijvoorbeeld handig om de commando's DELETE, INFO en RENAME resident te hebben. Als je meer geheugen hebt kun je erover denken om ook MAKEDIR, DISKCOPY en FORMAT resident te maken. Om een commando resident te maken moet je het RESIDENT commando gebruiken, gevolgd door het volledige pad naar het commando dat je resident wilt maken. Een goede plaats om deze RESIDENT commando's te zetten is het bestand S:User-startup. Een voorbeeld: RESIDENT C:DELETE RESIDENT C:INFO RESIDENT C:RENAME