AmigaDos deel 3 """"""""""""""" Het werken met namen van bestanden en directories """"""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""" De namen die je kiest voor bestanden en directories kunnen maximaal 30 tekens lang zijn (heel wat meer dan bij MS-DOS, daar mag je maar 8+3 tekens gebruiken!). Het is niet toegestaan om dubbele punten (:), puntkomma's (;), sterretjes (*), slashes (/), vraagtekens(?), apostrofes(`), hekjes(#) of procent-tekens (%) te gebruiken in namen. Alle andere letters of lettertekens mogen wel gebruikt worden. Het is verder ook toegestaan bestanden te hebben met dezelfde naam, zolang ze zich maar in verschillende directories bevinden zodat er geen verwarring (voor AmigaDOS dan) kan ontstaan. AmigaDOS let niet er op of een letter een hoofd- of een kleine letter is. Als je bijvoorbeeld alleen maar hoofdletters voor een naam van een bestand gebruikt, dan verschijnen die hoofdletters wel op het scherm, maar als je kleine letters gebruikt, bijvoorbeeld om het bestand op te vragen, dan is dat ook goed, en wordt het bestand met de hoofdletters genomen. Conclusie: er is geen verschil tussen de bestanden DF0:MIJNBESTAND en df0:MijnBestand Zorg er bij voorkeur wel voor dat je geen spaties gebruikt in namen. Als een naam toch spaties bevat, moet het hele pad tussen dubbele aanhalingstekens geplaatst worden. Het pad van een bestand met de naam Tekst Bestand wordt dan: "DF0:Tekst Bestand" Om het werken met dubbele aanhalingstekens te vermijden, hebben we een kleine tip: gebruik lettertekens zoals de 'underscore' (_) of de punt. In het geval van bovenstaand voorbeeld krijg je dan: DF0:Tekst_Bestand en DF0:Test.Bestand Waarschuwing: let er heel goed op dat je geen spaties voor of na het begin van een naam zet. Je ziet dan namelijk die spatie niet op het scherm. Maar om toegang te krijgen tot dat bestand moet je wel de volledige naam (inclusief die spatie dus) in voeren. En da's lastig als je hem niet ziet... Bij veel AmigaDOS commando's kunnen 'keywords' (sleutelwoorden) gebruikt worden. Dit zijn woorden die een speciale betekenis hebben voor dat commando, bijvoorbeeld om een optie door te geven. Een voorbeeld: het commando 'list' heeft de mogelijkheid om de inhoudsopgave van een diskette te beperken tot alleen bestanden. Dit gaat met behulp van het 'keyword' FILES. Dus dan wordt het: list files Maar als je toevallig een bestand hebt, dat 'files' heet, zit je met een probleem. Je kunt er dan toch voor zorgen dat een woord als 'files' als bestandsnaam wordt genomen en niet als 'keyword' door het tussen dubbele aanhalingstekens te zetten. Het wordt dan: list "files" Een aantal basis AmigaDOS commando's """""""""""""""""""""""""""""""""""" We gaan nu verder met het bespreken van een aantal (niet allemaal) AmigaDOS commando's. Er zijn twee typen commando's: commando's die zich op de diskette bevinden, en ingebouwde commando's. Commando's die zich op de diskette bevinden moeten steeds weer opgeladen worden van de Workbench als je ze gebruikt. De meeste van deze commando's staan in de C: directory. Als die diskette niet aanwezig is in een van de disk-drives, dan moet hij er eerst ingedaan worden. Ingebouwde commando's zitten standaard in de 'Shell'. Ze bevinden zich in ROM, dus ze hoeven niet steeds opgeladen te worden. Het gaat dan meestal om commando's die veel gebruikt worden. Veel commando's komen overeen met dingen die via de menu's van de Workbench geregeld worden. Het is echter vaak makkelijker en sneller om ze via commando's door te geven. Het is gewoon een kwestie van smaak. Sommige mensen werken liever via de muis en de Workbench, anderen geven het liefste commando's door via het toetsenbord. In het nu volgende gedeelte duiken AmigaDOS commando's op in hoofdletters. Zoals gezegd is het niet noodzakelijk dat je ze zelf in hoofdletters invoerd. Uitvoer van een commando verschijnt onder de regel waarop dat commando staat. De Shell """""""" Je geeft commando's door aan AmigaDOS door middel van de 'Shell' (spreek uit: 'sjel'). Dit is een speciaal window waarin je via het toetsenbord tekst kunt invoeren. Shell-windows zijn net als gewone windows, je kunt er alles mee doen. Het enige wat niet kan, is iconen er naartoe slepen. Wat ook niet kan, is met behulp van de muis allerlei operaties doen. De Shell is er dus alleen voor het toetsenbord. (Op e'e'n uitzondering na, en dat is 'Copy' en 'Paste' waar we zodirekt op terugkomen). Je voert AmigaDOS commando's in achter de zogenaamde 'tekst prompt'. Een prompt eindigt meestal in het '>' teken. Vaak bevindt zich voor dit teken het volledige pad van de directory waar je je in bevindt, als geheugensteuntje. Het hele idee van de Shell (of van de CLI, die twee begrippen zijn om het even) is dat je een hele regel met commando('s) in kunt voeren, eventueel fouten kunt veranderen of herstellen (met de cursor- en delete-toetsen) en pas als je helemaal klaar bent met die regel druk je op de Return-toets. Dat is de grote toets met de haakse pijl. Het commando (of de commando's) op de ingevoerde regel wordt/worden dan uitgevoerd door AmigaDOS. Als alles goed is gegaan verschijnt dan weer een nieuwe prompt in de Shell. Het Shell window kan geopend worden door op het icoon van de Shell op de Workbenchdiskette te dubbelklikken. Het is overigens ook mogelijk om een commando direkt (dat wil zeggen, zonder een Shell window te openen) uit te voeren. Dit kan door uit het menu de keuze 'Execute Command' te doen. De Shell is echter handiger als je meer commando's achter elkaar wilt doen.