Computerwoordenboek deel S -5- """""""""""""""""""""""""""""" SPX """" Sequenced Packet eXchange. Het protocol waar Novell bij zijn IPX gebruik van maakt om er zeker van te zijn dat de overdracht van data over het netwerk correct is verlopen. Het protocol is oorspronkelijk verzonnen door Xerox. SQFP """" Shrink Quad Flat Packs. Een bepaalde behuizing voor IC's. Meestal gebruikt voor dure of gecompliceerde IC's, zoals processors e.d.. De aansluitpennen hebben hier een onderlinge afstand van 0.5 mm. SQL """" Structured Query Language. Vraagtaal voor databases om m.b.v. korte opdrachten informatie op te vangen. SRAM """"" Static Random Access Memory. (Zie Statische RAM). SS "" Single Sided. Kenmerk voor een floppy-drive die maar 1 lees/schrijf kop heeft. Ook aanduiding voor een floppy die maar aan 1 kant beschreven is. Komt haast niet meer voor. (Zie DS,DD, DS,HD en DS,ED). SS "" Stack Segment. (Zie Processor registers en Flags). SSCP """" Systems Services Control Point. De centrale besturing van een SNA netwerk. SSD """ Solid State Disk. Geheugenkaartje ter grootte van een creditkaart. Deze worden gebruikt als floppy in een laptop, of als harddisk in PC's zonder bewegende onderdelen. Een eigenschap is echter altijd dat de informatie aanwezig blijft ook na het wegvallen van de voedingsspanning. SSI """" Small Scale Integration. Dichtheidsnorm van IC's. Hiermee wordt een aantal transistors per vierkante mm aangegeven. (Zie ook MSI, LSI, VLSI en ULSI). SSOP """" Shrink Small Outline Package. Een bepaalde behuizingsvorm voor IC's. De aansluitpennen hebben hier een onderlinge afstand van 0.65 mm. ST 506 CONTROLLER """"""""""""""""" XT en AT harddisk controller aansluiting standaard. Een ST506 hard disk controller kan van het MFM of van het RLL type zijn. (Zie ook MFM, RLL, SCSI, ESDI en EDI controller). STACK """"" Stapelgeheugen. Een deel van het geheugen wat via de Stack Pointer direct bereikbaar is. Het werkt volgens het LIFO principe. Ook voor het aanroepen van subroutines wordt de stack gebruikt om het terugkeeradres in te zetten. Vanwege het LIFO principe is nesten eenvoudig te realiseren. De stack wordt ook gebruikt om snel bepaalde registers in te bewaren. Het blijft wel belangrijk om de gegevens er weer in dezelfde volgorde uit te halen. STACK """"" AmigaDos commando: Als U een programma start dan gebruikt het een bepaalde stack. De stack is een stukje geheugen wat het programma gebruikt. De stack die nodig is voor een programma zou in de handleiding van het programma moeten staan. Als een programma crashed dan kunt U proberen de stack wat hoger te zetten. De grootte van de stack varieert van 4000 to 25000 bytes. Als de stack te klein is dan kan het systeem crashen. Een te grote stack kan teveel systeem geheugen in beslag nemen. STACKER """"""" Programma om de hoeveelheid data die op een harde schijf kan te verdubbelen. Dit werkt op basis van data-compressie via een device-driver. De data wordt omgeleid langs een device-driver, die de data in- of uitpakt afhankelijk van de lees- of de schrijfactie. Een compressie- verhouding van 1:2 is heel goed haalbaar. STACKS """""" Een opdracht in de file CONFIG.SYS om het aantal en de grootte van de stacks aan te geven, die DOS gebruikt voor het afhandelen van hardware interrupts. Indien men niets met hardware interrupts doet, kan men de regel STACKS=0,0 opnemen in CONFIG.SYS. STANDARD KEYBORD """"""""""""""""" Toetsenbord met 84 toetsen volgens de layout zoals het geleverd werd bij de eerste PC's. Hierbij zitten de 10 functietoetsen in twee rijen aan de linkerkant van het toetsenbord gegroepeerd. STANDARD MODE """"""""""""" Mode waarin Windows kan functioneren. Hiervoor is een 286 of hoger nodig met minimaal 1 Mb geheugen. Een AT kan men dus in deze mode laten functioneren. STARTBIT """""""" Eerste bit van een character bij seriele communicatie. Dit bit dient om de aandacht te trekken van de ontvanger. (Zie ook StopBit, DataBits en PartyBit). STATISCHE RAM """"""""""""" RAM-geheugen waarvan de inhoud behouden blijft zonder dat dit telkens gerefresht moet worden. Dit geldt echter alleen maar indien de spanning op de chip blijft staan. STATUS """""" AmigaDos commando: STATUS zonder argumenten geeft een lijst van alle huidige shell processen en het commando dat erin loopt. Als u een process nummer meegeeft dan krijgt U alleen informatie over dat process. Voor informatie over de stack grootte, de grootte van de global vector en het huidige commando voor elk process moet U het FULL keyword gebruiken. Het TCB keyword is hetzelfde alleen zal de naam van het process niet worden afgedrukt. Met de COMMAND optie kunt U zoeken naar een commando. STATUS kijkt door de Shell lijst en zoekt naar . Als het commando wordt gevonden dan krijgt U het nummer van het process te zien. STEMHERKENNING """""""""""""" (Zie Voice Recognition). STER TOPOLOGIE """""""""""""" Samenstelling van een netwerk door alle werkstations aan te sluiten op een centrale server. Alle communicatie zal dus altijd via deze server lopen. Vanwege de grote hoeveelheden verbindingen wordt deze topologie vrijwel niet gebruikt voor PC netwerken. Een mainframe met terminals is een voorbeeld van een dergelijk netwerk. STOPBIT """"""" Laatste bit(s) van een character bij seriele communicatie. Dit bit dient om de ontvanger te kunnen laten controleren of het character goed is aangekomen. Er kunnen 1, 1.5 of 2 stopbits zijn. (Zie ook Startbit, DataBits en ParityBit). STP """" Shielded Twisted Pair. Twisted Pair kabel met afscherming. (Zie verder Twisted Pair). STRALINGSARME MONITOR """""""""""""""""""""" Monitor die weinig elektromagnetische straling afgeeft. Meestal voldoen deze monitoren dan aan de zogenaamde MPR II eisen. STREAMING TAPE """""""""""""" Soort video tape, gebruikt om back-ups van een Harddisk, op op te slaan. STRING """""" Een rijtje karakters dat bij elkaar hoort. (Zie ook variabelen). STRIPING """""""" Het verdelen van gegevens over een aantal logische schijven om zo de prestatie van een disksysteem te vergroten. RAID 5 maakt hier o.a. ook gebruik van. (Zie ook Spanning).