3D Factory deel 6 """"""""""""""""" DE MENUBALK """"""""""" Zoals u weet kunt u met de RM de menubalk activeren. In de menubalk komen de volgende menu's voor: PROJECT (project) Hiermee kunt u o.a. het programma weer verlaten CREATION (nieuw aanmaken) Hiermee kunt u o.a primitives aanmaken FREEFORM (vrije vorm) Hiermee zijn vrije vormen te maken MODIFY (verander) Wijzigt diverse dingen in de tekening COLORS (kleuren) Kleur van objecten veranderen; instellen van het beschikbare palet SETTINGS (instellingen) Diverse instellingen regelen EXTRAS (extra menu) Nog meer instellingen wijzigen MODES (andere schermen) Hiermee gaat u naar het WIREFARME CONTROL SCHERM of naar het SOLID MODELING CONTROL SCHERM. U zult merken dat meerdere menu's ook weer submenu's kennen. Achter de items in de submenu's staan vaak letters. Deze geven de toets aan die hetzelfde effect heeft als menuselectie met de muis. Let goed op HOOFDLETTERS, want die hebben een andere functie dan de kleine letters. Soms wordt ook de RECHTER AMIGA-toets in de toetsencombinatie betrokken. AFSPAAK """"""" Als we in de tekst verwijzen naar een menuselectie dan schrijven we bijvoorbeeld: MODIFY -> HIERARCHY -> DELETE Dit wil zoveel zeggen als: Druk op de RM, kies uit de menubalk MODIFY; kies submenu HIERARCHY; kies submenu DELETE en laat de RM weer los. De notatie met de pijltjes is korter en overzichtelijker; het is ook de notatie die in het handboek gebruikt wordt. Meervoudige menukeuzes zijn ook mogelijk in bepaalde gevallen: houd de RM ingedrukt terwijl u met de LM meerdere menu-selecties doet. Zo kunt u bijvoorbeeld eerst een bol VERPLAATSEN, daarna VERGROTEN en daarna het MATERIAAL van de bol veranderen door de diverse menu- selecties in 1 keer te maken. De menubalk geeft steeds aan wat u moet doen, bijvoorbeeld: 'CATCH HOLD OF OBJECT' bij een MOVE (= verplaatsen) opdracht. SCHERM INSTELLINGEN """"""""""""""""""" Zoals bij veel (teken)programma's het geval is, kunnen we ook hier ten aanzien van het scherm de nodige dingen instellen. Scherminstellingen kunnen we als volgt wijzigen: - Selecteer PROJECT -> SCREEN - Nu verschijnt het volgende requester: ----------------------------- | DISPLAY CONTROL | | | | INTERLACE NTSC | | | | SCREEN DEPTH 4 | | | | APECT RATIO 1.0000 | | | | WINDOW SIZE OVERLAP | | | | OK CANCEL | | | ----------------------------- De vakjes met INTERLACE en NTSC kunnen AAN en UIT gezet worden. Als INTERLACE aan staat, wordt het aantal horizontale beeldlijnen verdubbeld. Als NTSC aangezet wordt ontstaat een scherm waarbij de hoogte slechts 200 beeldlijnen is, eventueel 400 indien ook INTERLACE is aangezet. Standaard staan INTERLACE en NTSC 'uit' en hebben we 256 beeldlijnen ter beschikking. Met SCREEN DEPTH kunnen we het AANTAL KLEUREN bepalen dat getoond wordt. Standaard staat SCREEN DEPTH op 3. Door met de pointer op de 3 te wijzen en met de LM te klikken kunnen we de waarde veranderen. De waarde 2 toont 4 kleuren op het scherm; de waarde 3 toont 8 kleuren en de waarde 4 toont 16 kleuren (het maximum). Als er te weinig CHIPMEM in de machine aanwezig is, kan de screen depth niet op 4 gezet worden. Tevens geldt dat het bijwerken van de schermen langzamer gaat naarmate de screen depth een hogere waarde heeft. De ASPECT RATIO is een verhoudings-getal: het geeft de verhouding aan tussen de breedte en de hoogte van de beeldpunten. Eigenlijk hoeft u hier niets aan te veranderen. Als u gebruik maakt van 256 beeldlijnen is een aspect ratio van 1.0000 precies goed en indien u van NTSC gebruik maakt is een aspect ratio van 1.2500 aan te bevelen. Met WINDOW SIZE kunnen we aangeven of de editor windows elkaar moeten overlappen of niet. Indien we grote objecten tekenen is de standaard instelling van de windows misschien niet goed bruikbaar en hebben we grotere windows nodig. In dat geval klikken we met de LM op OVERLAP. Alle instellingen die we veranderen worden meteen bewaard in een klein bestandje met de naam REALENV. Als we het programma opstarten wordt hierin gekeken wat de scherm-instellingen zijn. Bij oudere versies van dit programma worden de instellingen opgeslagen in twee bestandjes: ATTRIBUTES en REALPREF.