DE GROTE MULTI-MEDIA ENCYCLOPEDIE deel 57 """""""""""""""""""""""""""""""""""""""""" G """" Gedigitaliseerd geluid: Geluid dat omgezet is in digitale elektronische signalen, zoals het geluid op muziek CD's. Gedigitaliseerd geluid kan afgeleid zijn van een analoge geluidsgolf of een analoog signaal of het kan opgewekt zijn met een computersysteem (gesynthetiseerd geluid). Genlock: Een korte aanduiding van synchronisatiegeneratorslot. Dit is een voorziening op sommige videosystemen waarmee hun timing gelijkgezet kan worden aan de timing van een uitwendig signaal. De genlock wordt gebruikt om twee beeldsignalen te kunnen combineren of te bewerken. Gesampled geluid: Geluid dat als digitaal signaal is vastgelegd, maar is opgenomen van een akoestisch signaal of een elektrische golf. Het is dus niet gemaakt (gesynthetiseerd) door een computersysteem. Gesynthetiseerd geluid: Geluid dat door een computer is gemaakt, in plaats van opgenomen van natuurlijk geluid. GIF: Graphics Interface Format. Dit formaat wordt gebruikt voor bijvoorbeeld beelden om deze beelden vervolgens te kunnen gebruiken op diverse systemen. H """" HAM: Een beeldsignaal voor de Amiga, genoemd naar een van zijn beeld- werkstanden (hold and modify). Hi8: De naam die Sony Corporation aan hun 8 mm videosysteem met hoge resolutie en hoge dichtheid heeft gegeven. Moderne bandformuleringen en opnametechnieken maken een resolutie van meer dan 400 horizontale lijnen mogelijk. HI Res: De hoogste resolutie die men kan behalen is een interlaced, medium resolutie. Dit betekent een resolutie van 640x512 (640x400 in NTSC) in maximaal 16 kleuren. Horizontale scanfrequentie: De regelmaat waarmee bij een videosysteem het beeld opnieuw op het scherm wordt gezet. Een hogere frequentie maakt een grotere detaillering mogelijk, maar vereist duurdere apparatuur. Human interface: De interactie tussen de mens en een computer en die hij bedient. I """ IFF: zie Interchange File Format Interactief: Een programma of systeem dat reacties van de gebruiker verwacht en daaraan de informatiestroom aanpast. Interactieve video: De koppeling van een beeldplaat- of bandspeler aan een computer, waardoor de computer selecties kan maken uit het videoprogramma. Diverse bedrijven maken interfacekaarten om videosystemen te verbinden met Commodore Amiga computers. Interchange File Format: Dit is een bestandsstructuur die ontworpen is door Electronic Arts en als een standaard voor beeld of geluidsbestanden op de Amiga gebruikt wordt. Interfacekaart: Een onderdeel van de apparatuur dat een koppeling tot stand brengt tussen twee machines, zodat ze kunnen samenwerken. Bijvoorbeeld een Amiga een beeldplaatspeler. Bij interactieve video wordt de overlay van computerbeelden en videoplaatbeelden meestal door een interfacekaart verzorgt. Interlace: Het patroon dat ontstaat als de twee velden die een frame van een televisiebeeld vormen samen worden gebracht. Bij het tv-systeem 625 lijnen, bestaat elk veld uit 312,5 lijnen. Interlace is een flikkerend beeld. ISO 9660: Een standaard voor CD-ROM platen, bedoeld voor gebruik in uiteenlopende computersystemen. Amiga CDTV voldoet aan deze standaard. ISO: De afkorting van International Standard Organisation. Dit is een internationale organisatie die veel belangrijke standaarden cordineert op het gebied van optiek, video- en beeldverwerking. J """" XXXXXXXXXXXXXXX K """ Kabelomroep: De verspreiding van programma's naar gebruikers via vaste bekabeling in plaats van radiogolven. Kiosk: Een video- of multimediasysteem dat bedoeld is voor publiek gebruik zonder toezicht. L """ LAND: Een vlak plekje op het binnenste oppervlak van een compact disc, dat het laserlicht terugkaatst naar de sensor. Laser: Light Amplification by Stimulated Emission of Radiation. Een apparaat dat een zeer krachtige lichtbron produceert, waarvan het licht geconcentreerd kan worden tot een klein lichtpuntje. Een laser produceert het licht door de moleculen van een chemisch zuiver materiaal aan te slaan. Lineair: Bij instructies is dit een cursus die zonder mogelijke vertakkingen van het begin naar het eind gaan. Low Res: Dit is de standaard Amiga grafische stand die gebruikt wordt in de meeste spelen. Geeft een resolutie van 320x256 (320x200 in NTSC) met 32 kleuren. LPT1: Dit is de parallel interface voor een PC. Voor Amiga praat men over PRT. LTC: De afkorting van longitudale tijdcodering. Dit is een tijdsignaal (meestal in SMPTE-code) gezet op een spoor dat over de hele lengte van een videoband loopt. Luminance/helderheid: Afhankelijk van de context kan dit betrekking hebben op een lichtbron of op dat deel van het videosignaal dat de helderheid van het beeld bestuurt. LV/Laser Vision: Een standaard voor videoplaten.