WERKEN MET WORD-PERFECT OP DE AMIGA deel 17 """"""""""""""""""""""""""""""""""""""""""" Andere computersystemen """"""""""""""""""""""" Bestanden met het IBM-WordPerfectformaat kunnen ook door WordPerfectversies van andere systemen bewerkt worden. Kunt U op deze systemen de MS-DOS diskette niet lezen, dan blijft als enige mogelijkheid over om de communicatie via de RS-232-interface te doen. De Amiga heeft hiervoor een reeks verschillende DFU-programma's ter beschikking. Een daarvan bevindt zich in de TOOLS-directory van de Extra-diskette onder de naam Terminal. Zorgt U ervoor dat alle acht bits worden overgestuurd want anders kunnen sommige formaataanduidingen en speciale tekens ergens halverwege blijven hangen. Wisselt U ASCII-bestanden met andere systemen uit, bedenkt U dan wel dat ASCII en ASCII niet per definitie hetzelfde zijn. De uitgebreide ASCII tekenset is totaal anders dan die van de MS-DOS compatibele computer. In voorkomende gevallen dient U bestanden die op een van eerder genoemde manieren uitgewisseld worden eerst door middel van de 'Zoek/Vervangen' -optie te corrigeren. Kijkt U hiervoor in de ASCII tabel in de Amiga handleiding. Superbase """"""""" Het uitwisselen van bestaande gegevens uit een databank kan veel tijd besparen. Wat de Amiga betreft heeft de Superbase van Precision Software zich opgewerkt als standaard, vandaar dat we gaan bekijken hoe de samenwerking verloopt tussen Superbase en WordPerfect. Lijsten """"""" Voegt U dataregels uit een Superbasebestand aan een tekst toe dan gebeurt dit in de meeste gevallen door middel van een lijst, waarvan de kolommen de afzonderlijke velden bevatten en hun zinnen de dataregels scheiden. Voordat U de dataregels gaat exporteren roept U 'Make/Options op. In het op het scherm verschijnende 'System/Options'-veld schakelt U het gebruik van aanduidingstekens uit en stelt U de waarde voor veld- en dataregel koppel tekens in op 09 respectievelijk 10. Deze waarden komen overeen met de WordPerfect codes [TAB] en [HRt]. Nu exporteert U de dataregels met 'Process/Export', leest U nu het bestand in WordPerfect in, dan worden de afzonderlijke datavelden bij de tabulatorposities geplaatst en begint iedere dataregel in een nieuwe zin. Wilt U een kop boven de lijst hebben, dan kunt U dit het beste doen door gebruik te maken van een koptekst. Vergeet U dan niet, voordat U het bestand inlaadt, een regelbreedte in te stellen met <3> die afdoende is. Vervolgbrieven """""""""""""" De Superbase bestanden kunnen ook gebruikt worden om tweede bestanden samen te stellen voor het maken van vervolgbrieven. Wij raden U aan de waarden 18 en 05 voor veld- en dataregelkoppelteken in het 'System/Options'-venster van Superbase aan te geven. Deze komen overeen met de codes ^R en ^E. Voegt U deze tekens op de normale manier in, met of , dan plaatst WordPerfect achter iedere code een harde return. Daarom is het noodzakelijk zo'n bestand nog te bewerken. Om dit te bewerkstelligen laadt U het export-bestand met <1> als ASCII bestand en vervangt U door middel van alle ^R door ^R[HRt] en alle ^E dor ^E[HRt]. Voor het invoegen van de [HRt] gebruikt U gewoon de -toets. Na deze bewerking kan dit bestand zonder problemen door WordPerfect gebruikt worden als een tweede bestand. Gegevens uitvoeren """""""""""""""""" WordPerfect is ook uitstekend te gebruiken om data naar Superbase te sturen. Om dat te doen stelt U de kantlijnen in op een regelbreedte van 250 tekens. De te exporteren gegevens voert U als normale tekst in en U scheidt de afzonderlijke datavelden met de -toets en de dataregels met . Heeft U op deze manier Uw tekst samengesteld dan slaat U deze met <2> op als ASCII-bestand op en importeert hem daarna met 'Process/Import' naar Superbase, waarna U de veld- en dataregel koppel tekens weer op 09 / 10 instelt. U kunt een foutmelding tijdens de Import verwachten als de in Superbase gedefinieerde lengte van velden mag niet overschreden worden, en cijfer- en datumvelden mogen geen tekst bevatten. Probeert U het eerst uit met een onbelangrijk bestand, U kunt dan alles even onder de knie krijgen zonder dat U de databank voedt met foutief geformatteerde gegevens. ASCII-bestanden """"""""""""""" Zoals al eerder beschreven worden bestanden opgeslagen als ASCII-bestand door het aanslaan van <2> of 'Projekt/Bewaar/Tekstbestand'. De tekst wordt tegelijkertijd gezuiverd van alle codes en functies. Alleen de platte tekst met alinea-returns en automatisch returns blijft over. Wilt U de tekst als geformatteerd ASCII-bestand opslaan zodat tekst kolommen, kop- en voetteksten en pagina-lengte behouden blijven, dan drukt U de tekst met behulp van 'DOS-Tekst-Printer' af. Deze printerdriver bevindt zich op de PRINT-diskette en kan zoals iedere andere printer geinstalleerd worden. Terwijl U bezig bent wordt er in de WP-directory een bestand met de naam PRINTER-TXT aangemaakt. Heeft U tijdens het definieren van de printers printer F niet veranderd, dan is deze driver al aanwezig. Wilt U de ASCII-bestanden in WordPerfect inlezen dan is het raadzaam van te voren de regelbreedte te vergroten, anders worden er extra returns ingevoegd. PRINTDEF-PROGRAMMA """""""""""""""""" Het PrintDef-programma vindt U op de PRINT-diskette. Het is mogelijk met dit programma printers te initialiseren die niet op de lijst van 250 standaard printers staan. Bovendien kunt U gebruik maken van meer dan 300 tekensettabellen en 20 manieren om losse vellen in te voeren. Hiervoor heeft U wel de handleiding van Uw printer nodig of op zijn minst een tabel met mogelijke printopties en bijbehorende commando's. Definieren """""""""" U roept het programma op door het commando 'PRINT:PRINTDEF' of door het betreffende icon dubbel aan te klikken. Er verschijnt een menu met de volgende opties: 1. Help 2. Speciale codes 3. Printercode definities 4. Definities tekentabel 5. Sheetfeeder definities De eerste optie geeft U een hulpscherm met daarin algemene uitleg over de print definitie, de tweede optie biedt U een hulpscherm met de opgave van speciale printcodes. De afzonderlijke pagina's kunt U doorbladeren met en of de cursortoetsen. Met kunt U het hulpvenster verlaten. ATTENTIE: Maak op dit moment geen gebruik van de spatiebalk omdat anders tengevolge van een programmeerfout het systeem gaat 'hangen'. Om de groter/kleiner dan-tekens in te voeren, die bij het definieren vaak gebruikt worden, maakt U gebruik van de combinatie <,> respectievelijk <.>. De opties 3 tot en met 5 bieden U de mogelijkheid om printers, tekentabellen en losse bladen invoer te herdefinieren. De drivers hiervan bevinden zich in PRINTER.PRT, FONT.PRT en FEED.PRT. Heeft U de printdrivers bij de printerconfiguratie naar een stel kleinere bestanden gekopieerd, zoals in les 1 beschreven, dient U direkt een nieuwe printerconfiguratie door te voeren, nadat U de afzonderlijke drivers met PrintDef veranderd heeft. De drivers van de kleinere bestanden worden door PrintDef namelijk niet aangepast. In dat geval zou U dus nog steeds met de oude drivers werken.