WERKEN MET WORD-PERFECT OP DE AMIGA deel 15 """"""""""""""""""""""""""""""""""""""""""" Met de hand nummeren """""""""""""""""""" Wilt U achteraf afzonderlijke alinea's toevoegen op bepaalde stukken tekst hergroeperen, dan kunt U de handmatige alineanummering aanroepen door <2> aan te slaan of 'Speciaal/Markeer Tekst/Alinea nummer' te kiezen. Er wordt een kaal alineanummer bij de cursor geplaats. Het niveau moet U met de hand invoeren en kan niet worden gemarkeerd aan de hand van de -toets. Ook is er geen automatische inspring. Deze vorm van nummering leent zich daarom in het bijzonder voor die situaties waarbij alle alinea's (onafhankelijk van de niveaus) aan de linker kant moeten beginnen. Indien de cursor zich aan de linkerkant bevindt tijdens het oproepen van de handmatige nummering en beantwoord U de vraag over het niveau met , dan wordt het eerste niveau genummerd. Zet U de cursor voor het oproepen met de -toets op zijn plaats, dan wordt na het aanslaan van het desbetreffende niveau genummerd. Renvoyeren """""""""" Wilt U stukken tekst pas later corrigeren of weghalen uit de tekst, en U deze daarom extra zichtbaar wilt maken biedt WordPerfect U de opties 'Renvoyeren' en 'Doorhalen' uit het 'Speciaal/Markeer Tekst'-menu. Wanneer U een blok heeft gedefinieerd en dan <3> aanslaat wordt de gemarkeerde tekst bij het afdrukken van een verticale lijn voorzien. Er verschijnt een plus-teken achter de positie-aanduiding op de statusregel. Op dezelfde manier kunt U een blok met <4> doorstrepen. In dit geval komt er een min-teken achte de positie-aanduiding de staan en wordt er tijdens het printen een schuine streep over de afzonderlijke letters getrokken. Met het PRINT.DEF-programma ( zie les 18 ), kunt U de codes veranderen die bij het renvoyeren en het doorhalven naar de printer worden gestuurd. Op die manier kunt U met een kleurenprinter de gemarkeerde tekst in een andere kleur afdrukken. Heeft U de nodige correcties uitgevoerd en is het renvoyeren niet meer nodig, dan verwijderd U dit door het aanslaan van <4> uit de hele tekst. Codes verwijderen """"""""""""""""" Alleen met behulp van het functieweergave-scherm kunt U afzonderlijke codes verwijderen. Het is genoeg om een van de beide codes te verwijderen van bijvoorbeeld [V] of [v], de tweede bijbehorende code wordt automatisch door WordPerfect verwijderd. De procedure bij de codes [MarkDef] en [EindDef], die U bij de opmaak definitie voor registers en lijsten invoegd, is iets anders. Beide codes moeten met de hand worden verwijderd. Vindt WordPerfect de code [EindDef] niet die bij de [MarkDef] code hoort, dan wordt de register- of lijstsamenstelling afgebroken. Definieert U in Uw tekst achter elkaar een index, een inhoudsopgave en nog wat andere lijsten, dan worden deze wanneer U <7> aanslaat of 'Speciaal/Marker Tekst/Genereren' kiest, allemaal tegelijkertijd aangemaakt. Denkt U wel aan de onder 'Speciaal/Markeer Tekst/Definieer' (<6>) ingestelde volgorde. Vergeet ook niet dat alle codes, bijvoorbeeld [HRt], die tussen de codes [Mark] en [EindMark] staan, in de desbetreffende registers terrrecht komen en zodoende de nodige verwarring tot gevolg kunnen hebben. De snelste manier om codes in een tekst op te zoeken is door gebruik te maken van de zoekfunctie . Slaat U aan inplaats van een zoekbegrip in te voeren dan kunt U de gewenste code in het verschenen menu uitzoeken. REKENEN """"""" Met de rekenfuncties van WordPerfect bent U in staat automatisch sub- totalen, totalen en eindtotalen in tekstkolommen te berekenen. U kunt regel voor regel formules invoeren waarmee berekeningen kunnen worden uitgevoerd. Definieren """""""""" Als eerste gaat U tabulators instellen die de positie van de rekenkolommen aangegeven. Neem hiervoor genoeg ruimte om getallen in te kunnen voeren want loopt het getal van de ene kolom over in de volgende kolom dan komen er fouten in de berekeningen. In totaal heeft U de besschikking over 24 rekenkolommen die gekenmerkt worden door een letter van A t/m X. Kolom A begint bij de eerste tabulator, kolom B bij de tweede tabulator, enz.. Er is keuze uit vier soorten kolommen, namelijk: 1. Reken-, voor wiskundige formules 2. Tekst-, voor aanvullend commentaar 3. Numerieke-, voor het berekenen van subtotalen, totalen en eindtotalen 4. Totaal-, om de subtotalen van andere kolommen te totaliseren. U begint met het definieren van de kolommen door <2> aan te slaan of 'Speciaal/Rekenen/Definieer' te kiezen, waarna het 'Reken def'-venster verschijnt. U gaat nu voor elke kolom het type aangeven, dit kunt U doen door een getal tussen 1 en 4 in te voeren of een dubbelklik te geven op het desbetreffende type veld, waardoor er een submenu verschijnt waarin U met de muis een bepaald kolomtype kunt uitkiezen. De standaard instelling is 3. Formules """""""" Definieert U type nummer 1, vraagt WordPerfect U om de invoer van een formule in de onderste vensterhelft. U kunt daar in totaal vier formules invoeren zodat het aantal kolommen van type 1 begrensd is tot vier. Binnen een formule kan met behulp van de 4 basisoperators, dit zijn de +, -, * en /, worden gerekend. Hierbij geldt de algebraische hierarchie, dat wil zeggen dat * en / voor + en - gaan. Een voorbeeld hiervan is 12-2*3, de uitslag van deze som is 6 en niet 30. Wilt U de volgorde van berekenen veranderen van zet U het desbetreffende stuk tussen haakjes. Haakjes binnen haakjes kunt U echter niet gebruiken. U kunt bovendien direct waarden binnenhalen, die in andere kolommen in dezelfde regel staan. U gebruikt daarvoor gewoon de desbetreffende kolom letter, bijvoorbeeld A+B-D/100*F. Daar buiten om heeft U de beschikking over vier speciale formule-tekens, die alleen zonder de daarop lijkende operators kunt gebruiken: +, voor het totaliseren van alle waarden in de numerieke kolommen van een regel +/, voor het berekenen van het gemiddelde van alle waarden in de numerieke kolommen =, voor het totaliseren van alle waarden in de totaalkolommen van een regel =/, voor het berekenen van het gemiddelde van alle waarden in de totaalkolommen van een regel Nadat U het type kolom heeft gedefinieerd, geeft U nog aan of negatieve getallen vooraf moeten worden gegaan door een min-teken of tussen haakjes moeten komen, en hoevel positie U na de komma afgebeeld wilt zien. Aanmaken """""""" Verlaat U het 'Reken def'-venster via het veld 'Accepteren' dan verschijnt het 'Reken/kolom'-menu, dit menu verschijnt ook door het aanslaan van . De rekenmodus activeert U door het aanklikken van <1>. In de statusregel verschijnt achter de positie-aanduiding de melding 'Rekenen'. Met de kunt U nu naar de verschillende kolommen springen en daar de waarden en operators invoeren. In dit geval gelden voor de operators de volgende tekens: +, om een subtotaal te berekenen =, om een totaal te berekenen *, om een eindtotaal te berekenen t, om een aanvullend subtotaal af te beelden T, om een aanvullend totaal af te beelden. Een subtotaal wordt bepaald door de getallen die direct boven het plus-teken staan. Met het =-teken worden de daaboven bevindende subtotalen opgeteld, en met het * worden de afzonderlijke subtotalen in een eindtotaal ondergebracht. Wilt U de afzonderlijke subtotalen en totalen afgebeeld zien maar wilt U niet dat deze in de berekening van het totaal en het eindtotaal meegenomen worden dan voert U inplaats van het '+' en '-' teken de letter 't' of 'T' in. Springt U met de naar een rekenkolom dan verschijnt er op de plaats van de cursor een uitroepteken, U kunt deze uit de regel waarin U geen bewerking wilt verwijderen door of . Berekenen """"""""" Heeft U alle waarden en operators ingevoerd dan slaat U <2> aan of kiest 'Speciaal/Rekenen/Berekenen', U krijgt dan het resultaat afgebeeld. De operators verschijnen achter de uitkomsten op het beeldscherm maar ze worden niet mee afgedrukt. Of de negatieve getallen en posities na de komma worden afgedrukt is afhankelijk van wat U bij de kolomdefinitie opgegeven hebt. U kunt aan het einde van de 'bereken'-tekst de rekenmodus uitschakelen met <1> of 'Speciaal/Rekenen/Aan-uit'. De boodshcap rekenen verdwijnt nu uit de statuslijn. Beweegt U de cursor door de 'bereken'-tekst dan wordt de rekenmodus weer ingeschakeld. Het menu dat verschijnt als U aan slaat is afhankelijk van de cursorpositie, namelijk binnen of buiten het rekenstuk. Buiten het rekenstuk, welke door de codes [Rek aan] en [Rek uit] gemarkeerd is heeft U niet de beschikking over de berekenfunctie en daar binnen niet over het definieren. Wilt U later de bereken definitie veranderen, dan plaats U de cursor in het 'Weergave functie'-scherm tussen de codes [Rek aan] en [Rek uit] en slaat dan tweemaal aan. U kunt dan de eerder ingegeven kolom- en formule definitie veranderen. U verlaat het 'Kolom def'-venster door met de muis het 'Accepteren'-veld aan te klikken. De oude [Rek def}-code kunt U met of verwijderen.