WERKEN MET WORD-PERFECT OP DE AMIGA deel 13 """"""""""""""""""""""""""""""""""""""""""" VOET- EN EINDNOTEN """""""""""""""""" Om bronvermeldingen of citaten onder te brengen worden in wetenschappelijk- en technische artikelen vaak voetnoten aan de onderkant van een pagina opgenomen. Een andere mogelijkheid bestaat uit het verplaatsen van alle voetnoten naar het einde van de tekst, deze worden dan eindnoten genoemd. Samenstellen """""""""""" Als U <1> of <5> aanslaat, danwel 'Speciaal/Voetnoot/ Maak' of 'Speciaal/Eindnoot/Maak' aanklikt verschijnt er op Uw scherm een leeg tekstvenster, dat in de linkerbovenhoek het nummer van de te bewerken voet- of eindnoot aangeeft. Nu kunt U Uw tekst invoeren en als U hiermee gereed bent slaat U aan en U keert weer terug in het gewone tekstvenster. Bij de actuele cursorpositie wordt automatisch een verwijzing naar de voet- of eindnoot afgebeeld. De lengte van een voet- of eindtekst is bijna onbegrensd en kan zelfs meerdere pagina's bevatten. In het 'Weergave functie'-scherm worden alleen de eerste vijftig tekens afgebeeld. Drukt U de tekst af dan komen de voetnoten met twee regels afstand onderaan elke pagina en de eindnoten aan het einde van de tekst. De pagina-insprong wordt automatisch door WordPerfect aangepast wat tot gevolg heeft dat als een voetnoot niet geheel op een pagina kan hij naar de volgende pagina overgebracht wordt. Wilt U Uw eindnoten niet op de laatste pagina met tekst maar op de volgende pagina dan dient U aan het einde van de tekst aan te slaan, zodat een harde return wordt ingevoegd. Bewerken """""""" U kunt de voet- of eindnoten altijd veranderen door <2> of <6> aan te slaan. Het zelfde effect bereikt U door het 'Speciaal'-menu. Door het intypen van het nummer van de aan te passen voet- of eindnoot verschijnt deze op het scherm en kunt U deze aanpassen, het verlaten van het scherm gaat middels . Bij het veranderen van de regelbreedte van een tekst worden de voet- of eindnoten niet automatisch aangepast, maar dient U de voet- of eindnoot afzonderlijk op te roepen en weer te verlaten. Het is natuurlijk mogelijk deze procedure te automatiseren met behulp van een makro. Makkelijker is het om de spelling op de hele tekst los tee laten. Deze controleert de tekst en de voet- of eindnoten en past tegelijkertijd de regelbreedte aan. Het is al voldoende om in dit verband alleen een woordentelling uit te voeren. Heeft U per ongeluk een automatische voet- of eindnoot nummering uit de tekst verwijderd, dan kunt U met weer een nieuwe aanmaken. Om een nummering uit een tekst te halen verwijderd U de code middels het functieweergave-scherm. Nummeren """""""" Gewoonlijk nummert WordPerfect de voet- en eindnoten doorlopen en onafhankelijk van elkaar. Als U wilt dat de nummering met een ander cijfer dan de 1 begint dan plaatst U de cursor links van de eerste voet- of eind noot en roept <3> op, waarna U het door U gewenste cijfer kunt invoeren. Alle volgende nummers worden automatisch aangepast aan het start nummer. Opties """""" Het menu-onderdeel 'Speciaal/Voetnoot/Opties' of <4> bevat bijna alle opties om de instellingen van voet- of eindnoten te bewerken, namelijk: 1. Regelafstand binnen noten 2. Regelafstand tussen noten 3. Aantal samen te houden regels 4. Herstart nummering op elke pagina? 5. Wijze van voetnootnummering 6. Wijze van eindnootnummering 7. Scheidingslijn boven voetnoten 8. Voetnoten onderaan de pagina? 9. Tekens voor noten A. Weergave voetnoten in tekst B. Weergave eindnoten in tekst C. Weergave voetnoten in noot D. Weergave eindnoten in noot O. Opheffen. Met de eerste twee opties is het mogelijk de basis regelafstand van 1 op een andere afstand in te stellen. Met optie 3 kunt U het aantal regels van een voetnoot aanpassen die op de zelfde pagina afgedrukt dienen te worden als de bij de voetnoot behorende tekstverwijzing, voor het geval dat de voetnoot over twee pagina's verdeelt moet worden. Op dezelfde manier gaat de alineabeveiliging om met zich aan het einde van de pagina bevindende eindnoten. De basisinsteelling is drie regels. Manier van nummeren instellen """"""""""""""""""""""""""""" Indien U bij optie 4 invoert begint de voetnummering op elke pagina van voren af aan. Daardoor voorkomt U het door elkaar lopen van voet- en eindnotennummers. Met behulp van de optie's 5 en 6 kunt U de wijze van nummeren veranderen. U heeft hierbij de keuze uit nummering d.m.v.: <1> cijfers <2> speciale tekens <3> met letters. Definieert U voor de voet- en eindnoten verschillende manieren van nummeren dan voorkomt U daarmee 'duplicaten'. Met optie 7 is het mogelijke een zichtbare scheiding aan te brengen tussen de tekst en de voetnoten door middel van verschillende soorten lijnen. Als basisinstelling geldt een lijn met een lengte van 2 inch ( ca. 50 mm ). Loopt de tekst op een pagina niet tot de onderkant dan wordt de voetnoot normaal gesproken direkt onder de tekst afgedrukt. Met optie 8 is het mogelijk de voetnoot onderaan de pagina te plaatsen. Bij het nummeren van de voet- of eindnoten met speciale tekens heeft U de keuze uit de volgende vijf tekens : *, #, %, , en &. Bevat de tekst meer dan 5 voet- of eindnoten dan worden deze tekens even redig vaak weergegeven, b.v. ** voor de zesde- en ## voor de zevende voet- of eindnoot. U kunt het eigenlijke gezicht van de nummers in de tekstverwijzingen en de voet- en eindnoten veranderen door middel van de laatste vier opties. De verwijzingsnummers en de nummers van de voet- en eindnoten worden standaard met hoge letters en een insprong van 5 posities afgebeeld.