Les 1.VERTROUWD RAKEN MET VLIEGEN EN HET INSTRUMENTENPANEEL. """"""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""" Direct naast de zes primaire vlucht-instrumenten zitten nog twee ronde meters. Deze worden de Omni-Bearing Indicators, of OBIs genoemd. Zoals de naam eigenlijk al aangeeft, ziet u op een OBI uw OMNI bearing (uitlezing), wanneer en indien u binnen het bereik en afgestemd bent op een VOR (Very High-frequency Omnidirectional Range) zender. De bovenste OBI is tevens uitgerust met een landing-benaderings hulp welke glideslope heet. Totdat we in de lessen van de meer gevorderden komen, gebruiken we deze instrumenten niet. Op dit moment is het alleen van belang dat u weet hoe ze heten en waar ze zitten.FLAPS, TRIM, THROTTLE. Direct naast de OBIs zit een smalle rechthoekige kolom met indicators. Van boven naar beneden zijn dat: flaps-positie indicator, elevator-trim-positie indicator en de throttle-positie indicator. In de Piper zit er wat ruimte tussen, en is er een mixture-control indicator rechts van de throttle-postie indicator. Flaps zijn een deel van de achterkant van de vleugels welke omlaag gebracht kunnen worden en zo extra draagkracht, en tegelijkertijd een vertragend effect hebben. Ze worden gebruikt om de afstand nodig om op te stijgen, korter te maken, om onder een grotere hoek te dalen zonder de snelheid noemenswaardig te verhogen, en om met een kleinere snelheid te kunnen vliegen - speciaal landingssnelheden - zorgen zij er voor dat de snelheid waarbij 'stall' (het moment waarop de draagkracht van de vleugels wegvalt) optreed, aanzienlijk lager wordt. De elevator trim is voor ons niet belangrijk omdat we de elevator zelf gebruiken om te trimmen. U weet inmiddels al wat de throttle (gashandle) is, maar beschouw die nu meer als een instrument om de altitude te beheersen dan om de snelheid te regelen. Het belangrijkste gebruik hiervan is om een bepaalde hoogte te bereiken en te behouden. U geeft meer gas (throttle) om te klimmen en verminderd throttle om te dalen. In beide gevallen blijft de airspeed nagenoeg gelijk. Op dit moment tonen de indicators dat onze flaps ingetrokken zijn (up of 0 graden). De respectievelijke standen omlaag zijn 10, 20, 30, 40 graden voor de Cessna en 10,25,40 graden voor de Piper; de elevatortrim staat op neutraal; en de throttle staat op minder dan vol gas. De RPM indicator is belangrijker voor uw vliegtechniek dan de throttle indicator, omdat de RPM inicator nauwkeurigere informatie geeft. In de Piper staat uw fuel mixture op "full rich". De full-rich instelling geldt voor al onze vluchten. Tussen twee haakjes de Cessna heeft geen mixture controle.KOMPAS, RADIO, GAS/OLIE,MAGs,LANDINGSGESTEL Rechts boven in uw paneel vindt u het magnetische kompas. In de Piper staat het boven alles en wijst het 332 aan, zoals u mocht verwachten. In de Cessna staat er duidelijk compass boven en lezen we een heading van 330 af. Als het een beetje tussen twee getallen heen en weer schommelt betekent dat, dat het nog niet tot rust gekomen is. Om u er vast mee bekend te maken ( we leren later als we aan navigatie toe zijn meer over deze dingen), het radio packet bestaat uit zes onderdelen, welke allen duidelijk benoemd zijn. De marker-beacon indicator heeft drie lichtjes gemnerkt met O M I, voor Outer, Middle, en Inner marker; deze worden gebruikt bij instrument landingen en geven de afstand tot de landingsbaan aan. De COM of COM1, waarmee de Communicatie radio bedoeld is, wordt gebruikt voor kontakt met de controletoren van het vliegveld en voor onderlinge communicatie tussen vliegtuigen. De twee navigatie radios, NAV1 en NAV2, worden gebruikt om af te stemmen op de eerder genoemde VOR stations. De distance-measuring-equipment aflezing, daar waar DME bijstaat, geeft de afstand van, of tot, het VOR waarop we afgestemd hebben, wanneer we binnen het bereik van dat VOR zijn. En het instrument met de vier cijfers met de naam XPNDR, hetgeen Transponder betekent, is een zender waarmee ATC (Air Traffic Control) uw locatie kan bepalen. We gebruiken de XPNDR niet in onze lessen, maar u weet nu tenminste waarvoor het bestemd is.(Hier in de WW I zone zijn we buiten bereik van alle communicatie en navigatie stations.) Ook duidelijk aangegeven zijn de fuel meters, die de hoeveelheid fuel (benzine) in uw twee gas tanks ( een in iedere vleugel) aangeven; de olie-temperature meter (C)old tot (H)ot; de oliedruk-meter, (L)ow tot (H)igh; de MAGs of te wel de magneto-schakelaar-indicator, welke op dit moment (B)oth aangeeft (linker en rechter magneto). Magneto's zijn kleine AC generatoren die bij het onstekings-systeem gebruikt worden. De indicator voor het licht (Lights) welke of op ON of OFF/1 of 0 staat. Het Cessna paneel heeft ook nog een indicator voor het landinsgestel (Gear) met de standen UP of DN, welke nu op DN staat, de default stand. Het landingsgestel van de Piper kan niet ingetrokken worden. Nu nog drie en dan hebben we ze allemaal gehad: Allereerst de carburator-heat indicator, welke aangeeft of uw al dan niet de carburaor verwarming in gebruik heeft. In de Cessna zit die onder de throttle indicator. In de Piper, helemaal rechts onderaan. Als hij CH aangeeft is de carburator-heat uitgeschakeld. Als het vakje rood gekleurd is en er HT staat, staat hij ingeschakeld - is de knop dus helemaal uitgetrokken. De carburator-heat dient ervoor om te zorgen dat uw carburator niet door ijs bedekt wordt. Tijdens uw eerste landing-les, leert u hoe u hem moet gebruiken. Vervolgens de tachometer waarmee u al heeft kennisgemaakt, de RPM indicator. Hij zit helemaal rechts onderaan bij de Cessna en links van de carb-heat in de Piper. Dit is een van de belangrijkste instrumenten waar we de beschikking over hebben omdat het ons instaat stelt ons motorvermogen nauwkeurig te regelen. De RPM laat ons zien hoe snel de motor, en de propellor welke doormiddel van de crankshaft ermee verbonden is, draait, en dat in omwentelingen per minuut. En dan tot slot de digitale klok, welke de aktuele tijd aangeeft in uren, minuten en seconden. Terwijl we nu weer naar buiten kijken zien we dat het landschap dat we passeerden precies op het terrein lijkt waarvan we zijn vertrokken. Maar hoe goed we ook kijken we zien het vliegveld en de runway niet. Het was toch aan deze kant van de rivier -nietwaar?- en min of meer in de rechterhoek van het gebied t.o.v. de koers die we volgen. Als er een landigsbaan zou zijn zouden we die makkelijk van deze hoogte kunnen zien. Welnu het gebied daar beneden is inderdaad de plaats waarvan we vertrokken - minus Eagle Field om de een of andere rare reden. Op een goede dag zullen we dat phenomeen nog wel eens onderzoeken. Laten we voor dat we deze vlucht beeindigen het nog even over "scannen" hebben. Wanneer we later onder slechtere omstandigheden gaan vliegen, zult u merken waarom ik nu zo de nadruk leg op het goed in u opnemen van zowel het landschap als de instrumenten. Wanneer u nu de juiste gewoonten aanleert, zal straks het vliegen in slecht weer een makkie voor u zijn - trouwens iedere soort van vlucht. Onthoudt eerst scant u de primaire instrumenten, dan de wereld buiten de cockpit en dan af en toe (zeg zo na iedere 5e of 6e scan) de andere instrumenten. Kijk niet domweg, maar noteer in uw gedachten iedere uitlezing of indicatie, zo ongeveer als dit: "Airspeed:115, of "130" of wat u dan ook als afronding gebruikt voor de dichtsbijzijnde 10 knopen, en als u meer ervaren wordt, de dichtsbijzijnde 5 knopen. "Attitude: wings level, Pitch zero," refererende aan de witte lijnen welke op uw instrument ge-etst zijn. Zoals u weet stellen de twee lijnen in het midden de vleugels voor en de punt de neus van het toestel. Ieder van de vier korte lijnen stellen 5 graden pitch voor (neus omhoog of omlaag) in verhouding tot de horizon. Als de attitudeindicator de horizon onder uw vleugels toont, is de pitch omhoog, vice versa, als de horizon boven de vleugels is is de neus van het toestel omlaag - pitch down; en is de horizon gelijk met de grote lijnen dan is de pitch nul. Als de de neus omhoog wijst zou u kunnen denken "Pitch up one", hetgeen e'e'n vijf graden merkteken betekent; als de neus omlaag wijst, "Pitch down a half", een half teken dus, enz. enz. Hoe het een en ander er in een 'bank' uitziet op de attitude indicator zult u gauw genoeg zien. "Altidude: 6700 en vast," of "6200 en dalend" - of wat er ook staat. Onthoudt, de grote wijzer geeft in honderd voet aan; de kleine in duizend. En dat hele kleine witte pijltje ( wat we in normale vlucht bijna nooit gebruiken) in tienduizend voet, dus als dat op e'e'n staat bent u op 10.000 voet, plus het aantal honderd voet wat de kleine wijzer aangeeft. Raak niet in de war door de kleine wijzer die in duizend aanwjst. Als het tussen cijfers staat, lees dan de laagste en vermenigvuldig dat maal duizend. Vergeet de tussenliggende streepjes rustig. De grote wijzer wijst immers in honderd voet aan. (Heeft u ondertussen opgemerkt dat we wat aan hoogte verloren hebben?) Dat soort dingen gebeurt vaak als je vliegt op wat je aanneemt een vaste hoogte. Nu niet corrigeren, maar maak er een gewoonte van om tijdens onze vluchten de kruishoogte en andere altitudes, welke we beslissente gebruiken, aan te houden. We gaan door met onze scan en aflezing: "Klimsnelheid: "Nul" of wat er staat. De merktekens op de schaal geven in 100 voet per minuut aan, met alleen cijfer bij 500, 1000 en 1500 . Dus als de naald op het eerste merkteken na de 5 staat zegt u "rate of climb:600" of wat anders makkelijk voor u is, zolang het u maar duidelijk is wat er gebeurt en het u helpt de zaak onder controlle te houden. "Heading: 330" volgens de heading indicator. "No bank. No turn." U kijkt nu naar uw turn-coordinator. U zou het ook "de bank en turn" mogen noemen omdat de indicator u toont of een van uw vleugels lager is dan de ander, hetgeen betekent dat u in een 'bank' bent, hetgeen weer betekent dat u draait in de richting van de lagere vleugel. Dus als uw linker-vleugel naar beneden wijst zo in de buurt van de L op het instrument, dan draait u naar links. Indien dus de indicatorvleugel naar rechtsonder wijst naar de R dan "banked" en draait u naar rechts. Het is dus duidelijk dat u 'Level' kunt zeggen als de turn coordinator geen 'bank' en geen bocht aanwijst. De reden dat u de andere instrumenten niet zo vaak in uw scan opneemt - zoals het kompas, fuel, oil en RPM - is dat die niet zo snel van instelling veranderen als de primaire instrumenten. Het magnetisch kompas verandert alleen als u van koers verandert, maar uw heading indicator geeft dat gebeuren sneller aan dan het kompas dat nu eenmaal wat trager reageert. De RPM verandert alleen als als u het vermogen verandert doormiddel van de throttle of als u in een duikvlucht gaat. De Piper RPM kan iets varieren tijdens dalen, maar voor het overige blijft de RPM staan op wat u heeft ingesteld. U controleert de fuel en olie op onverwachte zaken. Als u zonder fuel komt te zitten voor dat u op uw bestemming bent aangekomen dan is dat een onverwachtte zaak. Of als er een olie lek optreedt of verhoogde olietemparatuur. (Maar dit soort dingen kan alleen in de simulator plaats vinden wanneer u de Realty mode inschakelt en de Reliabilty op minder dan 100 zet). Wanneer u met de Piper vliegt, houdt er dan rekening mee dat de fuel van die tank komt waar de schakelaar naar wijst en dat het verstandig is om af en toe van tank te wisselen om de balance in het gewicht van de vleugels te houden. Bij de Cessna gebeurt dit automatisch. U doet het prima! Maar ga nu niet zo op in uw kunde om het paneel juist te scannen, dat u de buitenwereld toaal vergeet. Kijk dus zeer regelmatig naar buiten en... naar alle kante; u weet nooit wat u zult zien - of missen. U zou bv. net het vliegveld kunnen missen waar naar toe u onderweg bent, of een meer zien wat er helemaal niet hoort te zijn, of een ander van die mysterieuse Eagle Field scene's. Dit was een lang verhaal, maar noodzakelijk om u vertrouwd te maken met uw vliegtuig. Rust uit indien nodig, of ga verder met de volgende les. U hoeft maar op Escape te drukken om weer in de Editor te komen. Met dank aan BBS Waterland