JOBlF:Н 'ÝDe hond en het brood door: E v/d Oosterkamp (CCCP). Iedere dag laat ik mij met bus 62 (Rompert via de Reit) naar mijn stageplaats vervoeren op bedrijvencomplex "de Herven". Op zich is dit niet zo'n groot probleem aangezien ik daar toch moet zijn. Het probleem is eigenlijk de haltes voor mijn uitstaphalte. Met name die haltes bij een school. Nu heb ik persoonlijk geen problemen met bushaltes bij scholen, maar juist met de mensen die daar plegen uit te stappen. 's Ochtends vroeg heb ik een humeur dat neerkomt op: "Houdt je kop en geef me de krant." De krant lees ik bij mijn ontbijt, dus dat hebben we gehad. Nu hoeven mijn medepassagiers alleen nog maar hun kop te houden. De eerste school waarbij de bus stopt is een HTS. Nu stappen er op mijn tijdstip weinig HTS'ers uit, en die paar die uitstappen denken er waarschijnlijk net zo over als ik. De tweede school is een agrarische hogeschool. Op het tijdstip dat ik langskom zou de school eigenlijk allang vol moeten zitten om de studenten alvast te leren met de kippen op te staan, maar er is nog geen hond te zien. Nu zou je kunnen denken dat de leerkrachten allemaal van het platteland komen en de beesten voederen alvorens naar hun school te komen, maar ik denk eerder dat de meeste docenten nog nooit een koe in het echt hebben gezien, laat staan dat ze weten aan welke kant het voer naar binnen moet. 8܌ De grootste problemen ondervindt ik bij de mensen voor de volgende halte. Deze halte wordt gebruikt door tuig voor een of ander scholen gemeenschap (MAVO/HAVO/VWO, voellu?). Het begint al bij het instappen. Je staat eerst een kwartier op de bus te wachten terwijl je staat te blauwbekken van de kou. Samen met je staan er zo'n man of zes. Dan komt de bus aanrijden en komen er uit allerlei hoeken en gaten van die blerende brugpiepers als mieren tevoorschijn. Terwijl de bus voor je neus stopt staat er ineens een man of twintig van die koters voor je kanis. Wanneer je eindelijk naar binnen kan, de zitplaatsen zijn uitverkocht en je jezelf aan een paal vastbindt kan de reis beginnen. Dat de gemiddelde buschauffeur zijn rijbewijs bij de Persil krijgt is mij wel bekend. Terwijl de chauffeur dus allerlei halsbrekende en even ingewikkelde rem en stuur manouvres uithaald heb je al drie rugzakken in je nek gehad, twee school tassen tegen je schenen en vijf snotapen afgeweerd. Als dat alles was dan viel er nog mee te leven. Maar dat onvoorstelbare geschreeuw... Er wordt beweerd dat Boschenaren een grote bek hebben. Dat kan goed waar zijn, ik wil er hier geen uitspraak over doen. Maar een ding is zeker: Boschenaartjes *hebben* een grote bek. Vanaf het begin van de reis totaan het punt dat die krijsers de bus verlaten is er in de bus een wal van geluid. 8܌ Het schijnt normaal te zijn om te praten als een stripverhaal, met alle mogelijke geluiden, intonaties en bewegingen (die zijn het ergste in een overvolle bus) erbij. En dit alles op het nivo waar een concert installatie rode oortjes van zou krijgen. En nog het liefst tegen iemand die aan de andere kant van de bus staat... Ik laat hierbij nog de spelletjes "krijgertje", "verstoppertje" en "schopzoveelalsmogelijkanderepasagiers" buiten beschouwing. Tja, de bus is aardig op weg, maar hier lusten de honden geen brood van...