Werken met Adpro - deel 29 """""""""""""""""""""""""" Vary Value """""""""" Wanneer u van deze mogelijkheid gebruik maakt zullen de Hue en Saturation van de kleuren welke in de colorisatie gebruikt worden uit de base color gehaald worden. De gebruikte range loopt bij deze optie van 0 tot 1 Affect Range """""""""""" Met alle types van colorization kunt u aangeven welke range van grijs tinten aktief moet zijn. Wanneer de waardes op 0 en 255 staan dan betekend dat dat u alles tussen zwart (0) en wit (255) wenst te gebruiken. Grijstinten die buiten deze range vallen kunnen buiten spel blijven (fill -1) of op een specifieke intensiteit gezet worden (0-255). Dat getal moet u dan bij het FILL gadget invoeren. Stel, u wilt een eigen FALSE colorisatie maken in de grijstinten 0 tot 127 met de Fill waarde op -1. Dat houdt dan in dat elke pixel met een grijstint tussen de 0 en 127 deze bewerking ondergaan in het nieuwe kleurenplaatje. Pixels in de tinten 158 t/m 255 blijven dezelfde grijstint als die ze al hadden. Zie plaat 31 CONVOLVE operator """"""""""""""""" De Convolve operator is er eentje waarmee u veel effekten kunt bereiken, niet in het minst doordat er al veel voorbeelden bij Adpro meegeleverd zijn die u via de LOAD MATRIX optie kunt inladen. Wanneer u deze operator aktiveert verschijnt er een venster op het scherm. Met convolve worden plaatjes 'scherper' gemaakt doordat bepaalde lijnen t.o.v de vorige een iewat verplaatst worden. Door in het convolution matrix de getallen te veranderen kunt u bijna eindeloos nieuwe effekten blijven creeeren. Deze, door u bedachte instellingen kunnen, als het plaatje daarna naar uw wens is, weggeschreven worden naar disk en later altijd weer worden opge- roepen. Wanneer we het opgekomen schermpje bekijken dan ziet u de volgende zaken: Bovenin ziet u het z.g Convolution matrix, 9 vakjes waarin zich getallen bevinden van het huidige effekt. Wanneer u een van de andere door Adpro meegeleverde matrixen wilt gebruiken kunt u die oproepen door op LOAD MATRIX te klikken. Er verschijnt een directory requester waarin u een van de effekten kunt kiezen en inladen. De getallen in de matrix zullen in dat geval automatisch aangepast worden. Wanneer u waardes verandert en deze wilt bewaren kunt u ze met SAVE MATRIX naar disk wegschrijven. Verder ziet u een knop waar bij het opstarten 3X3 in staat, dat houdt in dat de huidige matrix bestaat uit een 9tal vakken met waardes. Door op deze knop te drukken kunt u het opschrift veranderen in 5X5 waardoor een grotere matrix ontstaat. De MIX en TRESHOLD funkties werken als volgt: Wanneer een pixel is bewerkt volgens de nieuwe waarde in de matrix, dan wordt deze pixel vergeleken met de waarde die hij voordien had. Wanneer het verschil tussen deze 2 waardes niet de grenzen van de treshold overschrijdt zal de waarde van de nieuwe pixel weggegooid worden en de oude waarde van de pixel gehandhaafd blijven. Wanneer de nieuwe waarde gebruikt moet gaan worden dan moet via MIX, die standaard op 100(%) staat een andere waarde worden ingegeven om de oude en nieuwe waarde te kunnen mixen met elkaar. Een lage setting houdt in dat geval in dat de nieuwe waarde de oude slechts voor een klein deel zal beinvloeden. Een beetje een ondoorzichtig verhaal als u de operator niet kent, we raden u dan ook aan om eerst deze funktie maar eens op te roepen en los te laten op een plaatje zodat u in ieder geval snapt over wat voor soort bewerkingen we het hebben. Zie plaat 34 Bij Adpro worden de volgende matrixen bijgeleverd: Bigsharpen = Een lijntekening zal er meer als een potloodtekening gaan uitzien Blur = De lijnen in een tekening worden vager en zachter Blur 5X5 = De lijnen worden nog zachter en wolliger waardoor er een waterverf effekt ontstaat. Crosshatch = De lijnen lijken verdubbelt te worden en een wazig effekt te krijgen. Deeppress = Lijntekeningen krijgen een zwaar relief effekt alsof u een vel papier over een gulden heenlegt en over dat oppervlak krast met een potlood. East = Er ontstaan dubbele lijnen aan de 'oostelijke' kant. Gaussian = Lijnen verdwijnen en de tekening krijgt een aquarel achtig uiterlijk Horizontal = Horizontaal worden de lijnen in een tekening aangetast. JiggleVert = Het beeld dat ontstaat doet denken aan een hevig trillend beeld waardoor het zicht onscherp wordt. Laplacian = Kleuren in vlakken verdwijnen, wat overblijft is een tekening in lijnen die allerlei kleuren hebben. LtoR-diag = De lijnen in een tekening worden in diagonale richting ver plaatst en verdubbeld. North = Er ontstaan dubbele lijnen aan de 'noordelijke' kant. NorthEast = Er ontstaan dubbele lijnen aan de 'noord-oostelijke' kant waardoor een relief werking ontstaat. NorthWest = Idem, maar nu in Noord-westelijke richting. RtoL-diag = De lijnen in een tekening worden in diagonale richting ver plaatst en verdubbeld. Sharpen = Alle lijnen in een tekening worden scherper gemaakt door de lijnen te voorzien van extra lichte lijnen. Sharpen1/2 = Varianten op de vorige. 3/4 South = Er ontstaan dubbele lijnen aan de 'zuidelijke' kant. SouthEast = Er ontstaan dubbele lijnen aan de 'zuid-oostelijke' kant. SouthWest = Er ontstaan dubbele lijnen aan de 'zuid-westelijke' kant. Speckle = De lijnen in een tekening lijken gespikkeld te worden. Vertical = De lijnen in een tekening worden in verticale richting vervormd West = Er ontstaan dubbele lijnen aan de westelijke kant. Zie plaat 32 & 33