WERKEN MET AMIGA SUPERBASE -10- """"""""""""""""""""""""""""""" 2A) Opvragen/Query - de Velden/Fields """"""""""""""""""""""""""""""""""""" Als men enkel de huidige geopende velden van het huidig bestand wil weergeven, dan hoeft men op deze lijn niets te schrijven. Ga dan onmiddellijk door naar de volgende sectie. Als men een aantal velden voor de weergave wil bepalen, dan moet men nu op de toets 'Velden/Fields' klikken. Superbase toont de dialoog voor het bepalen van de weer te geven velden. De dialoog voor de velden van 'opvraging' lijkt op de filter dialoog, maar er zijn toch een paar essentiele verschillen. Het doel van deze dialoog is een aantal velden uit bepaalde bestanden selecteren. Aan deze velden kunnen bepaalde operatoren toegevoegd worden. Alvorens hier naar te kijken, moeten we eerst een bestand kunnen selecteren. Een bestand en velden selecteren """"""""""""""""""""""""""""""""" Bovenaan de dialoog staat het vak voor de bestandsnaam. Hierin staat de naam van het eerst geopend bestand. De velden in het paneel daaronder behoren tot dit bestand. Men kan eender welk veld uit dit paneel op de gebruikelijke wijze selecteren. Als men een veld van een ander geopend bestand wil selecteren, dan eerst op de opwaartse pijl rechts van het vak met de naam van het bestand klikken. Hierdoor selecteert men het volgende geopende bestand. In het paneel daaronder verschijnen nu de veldnamen van dat geselecteerde bestand. Door op deze opwaartse pijl te blijven klikken, kan men alle geopende bestanden, de ene na de andere selecteren. Superbase kijkt na of de gebruikte veldnamen in het hele bereik van alle geopende bestanden uniek zijn. Is dit niet het geval dan wordt automatisch de naam van het bestand aan de veldnaam toegevoegd, zoals bijvoorbeeld: 'Naam.Diskmagazine'. Voor eenvoudige opvragingen hoeft men alleen op de gewenste veldnamen te klikken en daarna nog eens op 'OK'. Indien men echter speciale toepassingen bij de opvraging wil toevoegen, dan moet men gebruik maken van de speciale operatoren en opties die rechts van het paneel met de veldnamen staan. Afgeleide kolommen """"""""""""""""""" Een afgeleide kolom in een output bij 'Opvragen/Query' is een kolom waarvan de gegevens voortkomen van berekeningen die meestal gebruik maken van bestaande velden, een of meerdere rekenkundige operatoren en numerieke variabelen. Enkele voorbeelden: Vermenigvuldigen van velden: Hoeveelheid * Prijs Procentuele vermeerdering van 15 %: Prijs * 1.15 Procentuele vermindering van 8 %: Prijs * .92 Toekomstige datum: Datum + 30 Winstmarge: Verkoop - (Kosten + Commissie) De gebruikelijke set met rekenkundige operatoren staat ter beschikking. Om een afgeleide kolom te bepalen moet men op elk van de elementen van de berekening klikken (uitgezonderd voor de actuele waarden die via het waardevak ingevoerd worden). Een afgeleide kolom met een numeriek resultaat is weergegeven volgens het standaard numeriek formaat. Dit formaat wordt bepaald via de optie 'Formaat Getallen' van het 'Selektie/Set' menu. Soortgelijke regels zijn van toepassing voor de weergave van datums in een afgeleide kolom. Dit formaat wordt bepaald via de optie 'Formaat Datum' van het 'Selektie/Set' menu. De gegevens die in een afgeleide kolom geplaatst worden, worden weergegeven in hun actuele lengte. Dit betekent dat de uitlijning van de volgende kolommen verloren kan gaan. Dit kan men vermijden door alle kolommen van een vaste lengte te voorzien. De ALS hoofding """"""""""""""" Als een veld deel uitmaakt van een output bij 'Opvragen/Query' dan plaatst Superbase de naam van het veld in de hoofding, net boven de kolom waar de gegevens van dat veld moeten komen. Dit is echter niet mogelijk voor afgeleide kolommen, aangezien deze geen eigen veldnaam hebben. Om die reden laat Superbase toe een bepaalde tekst als hoofding in te voeren. Dit kan zowel dienen voor afgeleide kolommen als voor normale kolommen. Klik na het specificeren van het veld of de berekening op de toets 'ALS', schrijf de naam van de kolom in het waardevak en druk op RETURN. De toets 'ALS' blijft benadrukt tot op het moment dat men op RETURN drukt. Enkele voorbeelden: Verkoop - (Kosten + Commissie) ALS "Winstmarge" Adres 1 ALS "Straat" Men kan elke tekst schrijven. Het positioneren gebeurt met het positio- neringsbevel '@'. Als men 'Opvragen/Query' gebruikt om een nieuwe data- base te maken, dat moet men er zeker van zijn dat de hoofdingen van de afgeleide kolommen geldige veldnamen zijn (de voorziene karakters, en niet langer dan 15 karakters). Het positioneringsbevel '@' """"""""""""""""""""""""""" Indien geen specifieke kolomposities opgegeven worden, dan zal Superbase de gegevens uit de velden van een record naast elkaar op een lijn plaatsen. Het positioneren gebeurt door op de '@' toets te klikken en het nummer van de kolom in het waardevak te schrijven. Dit moet gebeuren voordat de naam van het veld geselekteerd wordt. Om, bijvoorbeeld, het veld 'Naam' op de kolom 12 af te drukken, moet men op '@' klikken, in het waardevak '12' schrijven (zonder aanhalingstekens), op RETURN drukken en tenslotte op de veldnaam 'Naam' klikken. In het hoofdvak staat nu: @12 Naam Het is aan te raden eerst de kolomposities op het scherm uit te proberen en aan te passen alvorens een lang rapport te beginnen. Het overlappen van velden kan problemen veroorzaken. Dit komt vooral voor als men een veld wil afdrukken op een positie die reeds door een ander veld bezet is. Dit kunnen eventueel spaties zijn. Zo'n situatie kan verholpen worden door gebruik te maken van het lengtebevel '&'. De maximale kolompositie is 255. Op de printer zal het overtal aan kolommen op de volgende lijn afgedrukt worden (afhankelijk van de kantlijnen).