In & Outs van de Amiga - Monitoren ..-1- """"""""""""""""""""""""""""""""""""""""" Video, RGB, SCART, VGA, Multiscan: Je hebt de termen vast wel eens voorbij horen vliegen. Maar wat houden ze precies in? We duiken even terug in de tijd. In de loop der tijd zijn computers steeds door-ontwikkeld om steeds sneller taken uit te kunnen voeren. Natuurlijk moeten de uitgaande gegevens op een of andere manier leesbaar gemaakt worden. Op de eerste computers werden gegevens (programma's en data) ingevoerd via schakelaars. De computer gaf dan uitvoer via een serie lampjes. Later werd dit systeem vervangen door z.g ponskaarten. Dit systeem werkt met lange rollen papier waarin gaatjes op verschillende afstanden en plaatsen zitten. Vervolgens werd overgestapt naar een voorloper van de telex, die op zich weer een voorloper is van de tegenwoordig ook al weer ouderwetse matrixprinter. Het vervelende was dat veel systemen nog steeds gedecodeerd moesten worden om e.e.a leesbaar te maken. Dankzij het ontwikkelen van de transistor in 1958 werden de computers zo langzamerhand steeds krachtiger en compacter. Ook in de televisie techniek werd steeds meer gebruik gemaakt van de transistor. Omdat de computers nu niet alleen meer door 'mannen in witte jassen' gebruikt werden, ging men op zoek naar een manier om informatie duidelijk en begrijpelijk aan de gebruiker te presenteren. Men ontwikkelde toen de z.g TTL monitoren. De term TTL staat voor Transistor-Transistor- Logic. Dat wil in feitre zeggen dat de techniek van deze monitoren uit transistor schakelingen opgebouwd is en dit betekend eigenlijk dat de aanstuurtechniek digitaal is. Dit zijn b.v de monitoren die je ook in de film Wargames kunt zien, zwarte achtergrond en blauwe tekst. Toen IBM later de PC uitbracht, werd de tekst op deze monitoren groen. Vervolgens werd te techniek verbeterd en ontstonden de z.g Hercules monitoren. De monitor techniek was nog steeds monochroom (blauw, groen, amber en paperwhite). Toen men de MGA en CGA techniek ging ontwikkelen, werd het wat kleuriger op het scherm, echter op een lage resolutie (300X200) en met slechts 4 kleuren. Het laatste digitale systeem dat ontwikkeld werd is EGA dat op een resolutie van 640X350 een 16 tal kleuren tot zijn beschikking heeft. Omstreeks deze periode ontstonden, dankzij de steeds krachtiger wordende microprocessoren, er steeds meer grafische applicaties. Natuurlijk wilde men dat deze applicaties er steeds beter uit gingen zien en sneller op het scherm gebracht konden worden. Qua snelheid en techniek konden de computers dit goed aan, echter, de monitoren waren een probleem. Om een groot kleurenpalette op het scherm te kunnen krijgen heb je veel bits nodig om ze digitaal te kunnen coderen. Zoals gezegd was dit voor computers geen probleem omdat ze al digitaal werkten. Echter, monitoren zijn analoge apparaten, zodat er een omvorming moest plaatsvinden van digitale signalen naar analoge signalen. Dit is tot een bepaald niveau beheersbaar, maar het aantal kleuren en de resolutie begonnen dergelijke vormen aan te nemen dat er een nieuwe standaard werd ontworpen. De VGA standaard is de basis geworden voor de meeste computers die tegen woordig gebruikt worden. Bij deze standaard wordt het digitale signaal van de video-processor al in de computer omgevormd naar een analoog signaal. Het voordeel is dat de monitor zelf niet met dure elektronica uitgevoerd hoeft te worden. De Amiga bevindt zich op de kruising analoog en digitaal. Als je ooit eens een pen beschrijving van de video-poort van de Amiga hebt gezien snap je waarom. De Amiga levert op verschillende manieren signalen af via deze poort. Ten eerste de digitale video-signalen, waarmee je b.v een EGA monitor kunt aansturen. Ten tweede een analoog signaal, waarmee de gangbare monitoren aangestuurd kunnen worden. Nu is dat analoge signaal van de Amiga eigenlijk weer uniek binnen de computerwereld. De Amiga kan namelijk een z.g Video-signaal opwekken waar video-apparatuur mee kan werken. Dit is het befaamde 15 Khz signaal waar je ongetwijfeld wel eens van gehoord hebt. De eerste monitoren voor de Amiga, zoals de 1081 en 1084, werkten uitsluitend met dit signaal. In montage-studio's waar de Amiga werd ingezet, kon de Amiga monitor worden ingezet om zowel het video signaal van een externe video-bron als dat van de Amiga weer te geven. Door het gebruik van een z.g genlock is het signaal van b.v de video-recorder te mengen met het signaal van de Amiga. De Amiga monitoren zijn dan ook ideaal om alle in en uitgangen van video-signalen te voorzien. Voor menig Amiga fanaat was echter dit 15 Khz signaal niet voldoende, omdat men de PC gebruikers onderhand zag werken met VGA monitoren Deze monitoren hebben een hogere dotpitch (0.28) t.o.v de 0.39 van de A1081 en A1084 monitoren. Gecombineerd met een hogere resolutie en beeldfrekwentie geeft dit een veel mooier beeld dan de Amiga monitoren. Het nadeel is echter dat VGA monitoren een ingangssignaal hebben van 31.5 of 35 Khz. De oude chipset en de Enhanced chipset hadden echter niet de power om een dergelijk signaal op te wekken. Dit laatste was de reden tot de geboorte van de Flickerfixer. Deze insteekkaart voor de A2000 gaf wel een 31.5 Khz signaal door een simpel truukje uit te voeren. De flicker-fixer bezit namelijk een buffer die een compleet Amiga scherm kan bevatten. Omdat de monitor 2X zo vaak een volledig had dan de Amiga kon leveren, geeft de flicker-fixer een Amiga-scherm door aan de monitor terwijl hij meteen een kopie van dit scherm in zijn buffer opslaat. Hierna stuurt de flicker-fixer nogmaals het Amiga scherm vanuit zijn buffer naar de monitor. Als dit 2e scherm op de monitor is afgebeeld, heeft de Amiga zelf ondertussen weer een scherm kunnen opbouwen waarna de flicker fixer nogmaals hetzelfde truukje uithaalt. Met de ontwikkeling van de AGA chipset werd de video- output van de amiga krachtig genoeg om zonder tussenkomst van een flicker fixer een VGA monitor aan te sturen.