Computers zijn ouder dan je denkt """"""""""""""""""""""""""""""""" Computers zijn inderdaad veel ouder dan je denkt: de voorloper van ons huidige rekentuig was de Pascaline, een mechanische telmachine gebouwd door Blaise Pascal (1623-1662). Hij verkocht hiervan 50 exemplaren. Deze machine was nog eenvoudig van opzet, hij kon alleen optellen, aftrekken en vertoond nogal wat gebreken (1). Twee eeuwen later, in 1843 bouwde de Zweed Edvard Scheutz een werkende Difference Engine, gebaseerd op de ideeen van de Engelse wiskundige Charles Babbage (1792- 1872). De ideeen werden door Scheutz gepikt en omgezet naar een werkende machine. De Difference Engine kon derdegraads polynomen (2) oplossen en rekende met getallen van 15 cijfers. Babbage heeft zich van 1822 tot 1842 bezig gehouden met de difference Engine, maar was nooit tot een werkend model gekomen. Veel van zijn werk is bewaard gebleven dank zij Ada Augusta, gravin Lovelace, dochter van Lord Byron (1816-1852), die een drukke correspondentie met Babbage voerde, en ook programma's schreef voor de difference Engine. Ada Loveloace heeft de programma-lus (loop: herhaling van opdrachten binnen een programma) ontwikkeld. Babbage liet de Difference Engine vallen om te beginnen aan de Analytical Engine, waarvoor hij zijn eerste idee in 1834 had. Hij werkte aan de machine tot aan zijn dood in 1871, maar kwam nooit verder dan een klein model. Als de Analytical Engine daadwerkelijk gebouwd zou zijn, dan zou de machine zo groot als een stoom locomotief zijn geweest. Het belang van Babbage's ideen was dat hij een algemene machine ontwierp.Voor het eerst bouwde iemand een machine die niet voor een van te voren vastge- legde toepassing was bestemd. Babbage introduceerde begrippen als CPU (CVE = Centrale verwerkings eenheid), programma-afloop met voorwaardelijke sprongen en zelfs geheugen (vergeet niet dat we het hier hebben over een mechanische, door stoom aangedreven machine). De hele besturing van het apparaat vond plaats met poskaarten (3). Babbage was tijdens zijn leven de tijd zo'n 100 jaar vooruit en zijn ideeen werden dan ook door het grote publiek niet geaccepteerd. Een hele tijd later kwam dan de in December 1995 overleden Konrad Zuse op het toneel. Zuse studeerde machine bouw en had er een hekel aan om alles met de hand uit te moeten rekenen. Met de hulp van een aantal vrienden en familie bouwde hij in 1938 de eerste electromechanische computer, de VI die later (VI was een raket in bomvorm die men vanuit Duitsland op Engeland liet vliegen) om voor de hand liggende redenen werd omgedoopt in ZI. De ZI was de eerste computer die binair werkte. Financieel gesteund door het Duitse leger werkte Zuse zijn ideeen verder uit en hij bouwde, na de Z2, in 1941 de Z3 die waarschijnlijk de eerste echt programmeerbare computer was. De besturing vond plaats middels in afgedankte bioscoopfilm gaten te ponsen. Het indrukwekkende van Zuse's prestatie is dat hij een computer volgens de ideeen van Babbage bouwde zonder ook maar iets van diens werk af te weten. In dezelfde tijd als Zuse, in 1937, ontwierp professor Howard Aiken (1900-1973) in Harvard (USA) een elektromechanische computer de Mark I, die in 1944 door IBM is gebouwd (4). De naderhand gebouwde Mark II t/m IV hadden allemaal gescheiden geheugen voor gegevens en instrukties, iets dat later de Harvard architectuur genoemd zou gaan worden. Deze Mark I was 17 meter lang en bevatte 800 km draad. Daarmee kon hij per uur 1200 vermenigvuldigingen maken. In 1946 werd de Mark I in de schaduw gesteld door de ENIAC (5). Deze kolos was maar liefst 1000X sneller al zijn illustere voorgangers. Groter zijn ze sinds die tijd niet meer gebouwd, wel onnoemelijk veel sneller en vooral goedkoper waardoor wij nu allemaal met zo'n klein apparaat op ons buro zitten waarmee we berekeningen kunnen maken waar ze in dit tijd niet eens van durfden te dromen. (1) Gottfried Wilhelm von Leibniz (1646-1716) bouwde de eerste reken machine die ook kon vermenigvuldigen. De machine was niet bijzonder betrouwbaar, hetgeen vooral te wijten was aan de stand van de techniek in die tijd. Eerst in 1886 kwam William Seward Burroughs (1855-1898) met de eerste mechanische telmachine die een technisch en commercieel succes zou gana worden. In de 40 jaar tot 1926 werden daarvan maar liefst 1 miljoen exemplaren verkocht. (2) Een derdegraads polynoom heeft de vorm ax3+bx2+cx+d=0. Een graadje erger dan de 2e graads polynoom die wij als vierkantvergelijking kennen. (3) Dit idee had Babbage ontleend aan de Fransman Joseph Jacquard (1752- 1834) die omstreeks 1800 een ponskaart gestuurde weefmachine ontwikkel de, zeer tot ongenoegen van zijn zijdewevers in Lyon die angst hadden door deze machine werkeloos te worden. (4) IBM is al in 1924 ontstaan uit The Tabulating Machine Corp. die circa 1890 werd opgericht door Herman Hollerith (1860-1929), de uitvinder van de kaartponsmachines en de ponskaart sorteer machines. (5) De ENIAC was 30 meter lang, 3 meter hoog en 1 meter breed. Hij woog 30.000 kilo, bevatte 18.000 radiobuizen, 70.000 weerstanden en ruim 6000 schakelaars. Hij gebruikte 140 KW aan stroom en was de aller eerste electronische computer.